Reuters

Het onderzoeksteam van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) mag woensdag naar Douma, waar anderhalve week geleden vermoedelijk een gifgasaanval is uitgevoerd. De Russische ambassadeur in Nederland, Alexander Sjoelgin en de Russische chemische wapensexpert Igor Kirillov hebben dat gezegd na een urenlange spoedzitting van de OPCW.

De Russen zijn een belangrijke bondgenoot van de Syrische president Assad. "Het is jammer dat Amerika, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk niet op het OPCW-onderzoek hebben gewacht", zei de ambassadeur op een persconferentie in Den Haag, waar de OPCW is gevestigd. Daarmee doelde hij op de kruisraketaanval, zaterdag, van de drie westerse landen op Syrische doelen.

Een westerse cameraploeg mocht al wel de stad in en sprak een overlevende van de aanval vorige week zaterdag. De Syrische regeringstelevisie laat iemand met een ander verhaal aan het woord:

Een stad, een aanval, twee verschillende verhalen in Douma

Het OPCW-team is al twee dagen in Syrië, maar kreeg tot nu toe van Damascus geen toestemming om naar het nabijgelegen Douma te gaan. Het team wil ter plekke nagaan of burgers op 7 april zijn bestookt met gifgas.

Het regime van president Assad bood vandaag aan om 22 inwoners van Douma naar Damascus te brengen voor een interview met de OPCW. De organisatie heeft niet op dat voorstel gereageerd.

STER reclame