Ziekenhuiskeuze beïnvloedt overlevingskans bij maag- en slokdarmkanker

Aangepast
ANP
Geschreven door
Rinke van den Brink
Redacteur gezondheidszorg

Er bestaan grote verschillen tussen ziekenhuizen in de behandeling die ze patiënten aanbieden na een diagnose slokdarmkanker of maagkanker. Die verschillen hebben aanzienlijke invloed op de overlevingskansen van patiënten twee jaar na de diagnose.

In het ene ziekenhuis leven dan nog vier van de tien patiënten, in het andere vijf.

Dat blijkt uit een studie die vandaag online is verschenen in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Specialisten uit verschillende Nederlandse kankercentra hebben deelgenomen aan het onderzoek, dat eerder in delen gepubliceerd is in Britse en Amerikaanse tijdschriften.

Chirurgie

De onderzoekers hebben de dossiers bestudeerd van alle Nederlandse patiënten die in de periode 2005 tot en met 2013 de diagnose slokdarmkanker of maagkanker kregen. Daaruit zijn al diegenen geselecteerd waarbij een op genezing gerichte behandeling met chirurgie en bij slokdarmkanker met bestraling of chemotherapie nog mogelijk was.

Vervolgens is gekeken hoe vaak ziekenhuizen daadwerkelijk een chirurgische ingreep uitvoerden of patiënten doorverwezen voor een operatie in een ander ziekenhuis. Daarbij is gecorrigeerd voor een aantal factoren zoals leeftijd, geslacht, verschillende tumoreigenschappen en het aantal operaties dat de ziekenhuizen jaarlijks uitvoeren.

Gezondheidsredacteur Rinke van den Brink:

"Zowel maagkanker als slokdarmkanker is een heel agressieve kanker met een slechte prognose. Dat maakt het misschien nog wel pijnlijker dat het voor patiënten echt verschil maakt in welk ziekenhuis hun diagnose gesteld wordt. Een grotere kans op een operatie, geeft een grotere kans op overleving na twee jaar. In ziekenhuizen waar jaarlijks meer dan 20 slokdarmkankeroperaties of meer dan 10 maagkankeroperaties uitgevoerd worden, krijgen patiënten eerder zo'n operatie. En dat vergroot dus hun kansen. Het onderzoek beperkt zich tot overleving twee jaar na diagnose, omdat daarover voor alle betrokken patiënten gegevens beschikbaar waren."

Slokdarmkanker

In de groep ziekenhuizen waar de kans op een operatie voor patiënten het kleinst was, leefden van de patiënten die tussen 2010 en 2013 een diagnose kregen, er na twee jaar nog vier van de tien.

In de ziekenhuizen waar de grootste kans bestond op een operatie leefden er nog vijf van de 10 patiënten. In de periode 2005-2009 was er een nog iets groter verschil in overlevingskans.

Maagkanker

Voor maagkankerpatiënten die hun diagnose in de periode 2005-2009 kregen waren de verschillen in overleving in relatie tot de kans op een operatie gering. Maar in de periode 2010-2013 veranderde dat.

Van de patiënten in ziekenhuizen waar de kans op een operatie het kleinst was, leefden er twee jaar na de diagnose nog minder dan vier. Van de patiënten in de groep ziekenhuizen waar het meest geopereerd werd, leefden vijf van de tien patiënten nog na twee jaar.

Concentratie

De onderzoekers concluderen in hun studie dat de besluitvorming over de behandeling van slokdarm- en maagkanker beter moet. De concentratie van de behandeling van kankersoorten heeft een positief effect op de behandeling, maar het ziekenhuis waar de diagnose plaatsvindt bepaalt of er doorverwezen wordt.

Door de concentratie van de zorg zou de kennis over specifieke kankers in die ziekenhuizen kunnen afnemen, vrezen de auteurs.

In alle Nederlandse ziekenhuizen worden nieuwe kankerpatiënten regelmatig besproken in een multidisciplinair overleg. De auteurs van de NTvG-studie stellen voor dat ook in regionaal verband te gaan doen, met deelname van het gespecialiseerde kankercentrum. In sommige regio's gebeurt dat al en dat functioneert volgens de onderzoekers goed.

Zo'n overleg zou grote verschillen tussen ziekenhuizen bij besluiten over behandeling van patiënten met maag- en slokdarmkanker moeten wegnemen.