Bettine Vriesekoop tijdens een demonstratiewedstrijd in 2016 Orange Pictures

De jaren dat Bettine Vriesekoop tot de wereldtop behoorde, liggen al ver in het verleden en het is aan Li Jie en de inmiddels gestopte Li Jiao - twee genaturaliseerde Chinese speelsters - te danken dat het Nederlandse tafeltennis het afgelopen decennium in ieder geval in Europa nog een rol van betekenis vervulde.

Talenten van eigen bodem zijn echter al jaren ver te zoeken, al doet Britt Eerland - 24 jaar inmiddels - nog altijd verwoede pogingen aansluiting te vinden bij de Europese top. De Nederlandse tafeltennisbond (NTTB) is echter van zins het tij te keren. Met de hulp van Vriesekoop, die als ambassadrice is teruggekeerd in de sport en zich ook als trainster aan het manifesteren is.

Vriesekoop: kinderen worden vaak vanaf het begin al niet goed begeleid

"Ik kan niet in mijn eentje een hele cultuur veranderen", beseft ook de tweevoudig Europees kampioene (1982 en 1992), die in 1981 en 1985 werd uitgeroepen tot Sportvrouw van het Jaar. "Maar ik kan wel de aanzet geven tot nieuwe impulsen en proberen bij het grote publiek kenbaar te maken dat tafeltennis gewoon een geweldig leuke sport is. Want dat is het."

Batstand

Het 56-jarige pingpongboegbeeld heeft vooral als taak de breedtesport op gang te trekken. Maar om toppers te kweken, is meer nodig. "Kinderen worden vaak vanaf het begin al niet goed begeleid. Ze weten bij wijze van spreken niet eens hoe ze hun batje moeten vasthouden. De batstand is dan al verkeerd, laat staan de techniek."

In China, de tafeltennisnatie bij uitstek, krijgen kinderen de technische vaardigheden met de paplepel ingegoten, maar ook bij de Europese toplanden is men er vroeg bij. "Daar beginnen ze al met jeugd te werken vanaf hun vijfde jaar. Onder goede begeleiding trainen ze vaak al drie, vier uur per dag", weet Vriesekoop.

Twintig jaar

Het is de vraag of zoiets in de Nederlandse cultuur ook haalbaar is. Maar er moet wel wat veranderen, vindt Paul Haldan, de technisch directeur van de NTTB. "We moeten de talenten beter in kaart brengen, zorgen voor goede begeleiding bij de clubs, goede trainers en een betere opleiding", somt de zesvoudig Nederlands kampioen in het enkelspel op.

Li Jiao in actie voor het Nederlands team ANP

"De sport moet in de breedte naar een hoger niveau. Ik ben ervan overtuigd dat we de kennis hebben in Nederland, maar die moet wel worden overgedragen aan eerst de trainers en daarna de spelers."

Ook Li Jiao, die net als Vriesekoop twee Europese enkelspeltitels (2007 en 2011) op haar naam heeft staan en tegenwoordig als bondscoach door het leven gaat, heeft er vertrouwen in. "Ja, ik geloof er wel in, hoor. Maar het kost veel tijd. Een Chinees gaat pas na gemiddeld twintig jaar presteren."

STER reclame