Betaalbare medicijnen: waarom kan het in India wél?

Aangepast
NOS
Geschreven door
Aletta André
Correspondent India

'Woekerwinsten over de ruggen van patiënten' en 'chantage': de farmaceutische industrie wordt ervan beschuldigd onvoldoende transparant te zijn over hoe hoge medicijnprijzen tot stand komen. Ondertussen wil minister Bruno Bruins voor Medische Zorg de "grenzen onderzoeken van wat mogelijk is", bijvoorbeeld meer vrijheden voor apothekers om zelf medicijnen na te maken.

Bruins zou een kijkje kunnen nemen in India. Daar zijn talloze medicijnen verkrijgbaar voor een fractie van de prijs in westerse landen.

Hoe dat zit, zie je in deze video:

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

Betaalbare medicijnen: waarom kan dat in India wél?

De prijsverschillen komen deels doordat de overheid in India voor tientallen medicijnen een maximumprijs hanteert. Die mogen niet voor hun internationale, hogere, prijzen verkocht worden.

"De overheid komt tussenbeide om patiënten te helpen medicijnen voor betaalbare prijzen te krijgen", zegt Ashok Warikoo, hoofd marketing van apothekersbedrijf Impex India.

Geen zorgverzekering

De meeste Indiërs hebben geen zorgverzekering. Meer dan twee derde van de zorgkosten wordt in India uit eigen zak betaald, terwijl het minimumloon nauwelijks 100 euro per maand is.

Geen wonder dat jaarlijks vijftig miljoen middenklasse Indiërs terug de armoede in worden gedrongen vanwege zorgkosten, volgens cijfers van de Wereldbank. Warikoo: "Als de medicijnen voor westerse prijzen verkocht zouden worden, dan zouden de patiënten ze niet nemen en sterven."

Patenten moeilijker

Naast het voorzien in maximumprijzen maakt de Indiase wetgeving het moeilijker voor bedrijven een patent te krijgen. Farmaceutische bedrijven vragen vaak meerdere patenten aan voor hetzelfde medicijn, zodat de periode van het patent verlengd kan worden.

De praktijk, die in het Engels 'evergreening' wordt genoemd, werd in India al in honderden gevallen geblokkeerd door rechtbanken. Daardoor kunnen lokale bedrijven al veel eerder dan bij ons hun eigen, goedkope versie op de markt brengen. Omdat er veel concurrentie is tussen lokale medicijnfabrikanten, gaan de prijzen razendsnel omlaag.

Een bekend voorbeeld is sofosbuvir, een medicijn tegen hepatitis C. Producent Gilead Sciences bracht het voor 1000 dollar per pil op de markt. Een kuur van drie maanden, waarna een patiënt genezen is, kost dus 84.000 dollar (68.000 euro).

Sinds vorig jaar wordt het medicijn in Nederland vergoed voor een beperkt aantal patiënten, nadat de overheid over de prijs had onderhandeld. Maar in India was dat niet nodig: daar is de kuur van drie maanden beschikbaar voor 1000 dollar.

Elke overheid die onafhankelijk wil zijn en het systeem van uit de hand lopende medicijnprijzen wil hervormen, wordt onder druk gezet door farmaceutische bedrijven.

Leena Menghaney, AzG

Dit alles wordt de Indiase overheid niet in dank afgenomen door de industrie. In juni, voorafgaand aan een bezoek van de Indiase premier Narendra Modi aan de Verenigde Staten, schreven vier Congresleden aan president Donald Trump over hun zorgen om 'India's zwakke standaarden' op het gebied van farmaceutische patenten.

India reageerde op de druk tijdens een vergadering van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) op 13 juni. Samen met China, Zuid-Afrika, Brazilië en Fiji vroeg India andere overheden de 'onbalans tussen intellectueel eigendom en het openbaar belang' te onderzoeken. "Patentrechten mogen de bescherming van volksgezondheid niet belemmeren", verklaarde India.

Onder druk

"Elke overheid die onafhankelijk wil zijn en het systeem van uit de hand lopende medicijnprijzen wil hervormen, wordt onder druk gezet door farmaceutische bedrijven", zegt Leena Menghaney, een onderzoekster bij Artsen zonder Grenzen die in India een campagne voor toegang tot medicijnen leidt. Volgens haar moet Nederland hier ook rekening mee houden, mochten de grenzen van de mogelijkheden inderdaad worden verkend. Maar er zou volgens haar wel meer mogelijk zijn.

"Elk land dat lid is van de Wereldhandelsorganisatie mag de bestaande flexibiliteit in het TRIPS-verdrag gebruiken om de volksgezondheid te beschermen, niet alleen ontwikkelingslanden." In dat WTO-verdrag is afgesproken dat een eenmaal verworven patent minimaal twintig jaar geldt.

Zelfs landen als Nederland kunnen het zich niet altijd veroorloven alle patiënten te behandelen.

Leena Menghaney van Artsen zonder Grenzen

Menghaney noemt het verstrekken van dwanglicenties, iets wat minister Bruins ook overweegt, als mogelijkheid om prijzen te drukken. Van die mogelijkheid maakte India al eens gebruik. In 2012 gaf een Indiase rechter zo'n licentie aan de lokale producent Natco om een generieke versie te maken van het kankermedicijn Nexovar, ondanks een patent van het Duitse bedrijf Bayer.

De toenmalige ceo van Bayer, de Nederlander Marijn Dekkers, had gezegd dat het medicijn niet voor Indiërs was gemaakt, "maar voor westerse patiënten die het zich kunnen veroorloven".

Maar ook westerse landen hebben met buitensporige prijzen te maken. "Zelfs landen als Nederland kunnen het zich niet altijd veroorloven alle patiënten te behandelen", zegt Menghaney. "En Nederland heeft wetgeving die dwanglicenties mogelijk maken. Maar EU-reguleringen blokkeren het land hier gebruik van te maken. Dat moet veranderen."

Afwezigheid van transparantie

In een discussie in het Nederlandse parlement eind vorig jaar werd als tegenargument het risico genoemd dat innoveren van medicijnen nu eenmaal duur is, en dat farmaceutische bedrijven hun medicijnen zonder de hoge verkoopprijzen niet langer op de Nederlandse markt zullen lanceren.

Menghaney wuift beide argumenten weg. "Bedrijven kunnen door de afwezigheid van transparantie beweren dat het twee miljard dollar of meer kost om elk nieuw medicijn te ontwikkelen. Maar als je kijkt naar de data die nu beschikbaar is, is het heel duidelijk dat minder dan 16 procent van wat we betalen, terug gaat naar onderzoek en ontwikkeling."

"Wat bovendien problematisch is, is dat het vroegste en meest riskante deel van geneesmiddelenonderzoek vaak in publieke instituten wordt gedaan, door onderzoekers die worden betaald door de overheid."

Volgens Menghaney leert de Indiase ervaring dat het mogelijk is de druk van de industrie te weerstaan. "Farmaceutische bedrijven dreigen India elk jaar dat ze hun medicijnen niet zullen lanceren. Maar we hebben nooit meegemaakt dat een bedrijf producten terugtrekt, en ik denk niet dat de EU dit hoeft te vrezen. De EU is een te belangrijke markt."