In januari bezochten minister Van Nieuwenhuizen (Luchtvaart) en staatssecretaris Visser (Defensie) gezamenlijk de nieuwe werkvloer LVNL

Dat hun collega's bij de Luchtverkeersleiding Nederland op Schiphol veel meer verdienen was geen geheim. Maar dat het verschil zo groot is, was voor de militaire luchtverkeersleiders toch even schrikken. In opdracht van Defensie schreef organisatie- en adviesbureau Deloitte in mei vorig jaar een rapport over het salarisverschil, dat maandenlang geheim werd gehouden. Pas nadat de NOS vragen had gesteld op basis van de Wet openbaarheid van bestuur, werd het kort geleden met het personeel gedeeld.

Uit het rapport blijkt dat in alle vergelijkbare functies het maximumsalaris van de militairen lager ligt dan het minimumsalaris van de civiele luchtverkeersleiders. In de meeste functies gaat het om meer dan drie keer zo veel.

Zo verdient een ervaren luchtverkeersleider bij de luchtmacht maximaal 4025 euro bruto per maand. Voor dezelfde functie betaalt de LVNL al 5424 euro als aanvangssalaris en dat kan oplopen tot 11.335 euro bruto per maand. Het grootste verschil is zichtbaar bij assistenten. Een verkeersleidingsassistent bij de LVNL verdient volgens het rapport 406 procent meer dan zijn militaire collega.

Dezelfde ruimte

De militaire luchtverkeersleiders die de NOS heeft gesproken, wijzen erop dat het werk dat ze doen op zijn minst even intensief is als dat van civiele collega's, en vaak zelfs intensiever. Ongeveer de helft van het Nederlands luchtruim wordt beheerd door de luchtmacht. Zo doen militaire luchtverkeersleiders de gehele luchtverkeersleiding op en rond vliegveld Eindhoven. Hun civiele collega's doen dat op Schiphol en op luchthavens Eelde, Rotterdam en Maastricht Aachen Airport. En allebei doen ze een gedeelte van het hogere luchtruim.

Voor de militairen is het extra confronterend dat ze in december verhuisd zijn van de luchtmachtkazerne Nieuw-Milligen naar Schiphol-Oost, waar ze in dezelfde ruimte werken als hun veel meer verdienende vakgenoten van de LVNL. "Je zit nu op een paar meter afstand van collega's die soms vier keer zo veel verdienen voor hetzelfde werk. Daar ga je wel over nadenken."

Leegloop

De militaire luchtverkeersleiders benadrukken dat ze echt niet evenveel hoeven te verdienen als de civiele collega's. "We zijn tenslotte luchtmacht", zeggen ze. Maar het grote salarisverschil maakt overstappen wel heel aantrekkelijk. Ze vrezen voor een verdere leegloop, nu kort geleden vacatures voor de verkeerstoren van Lelystad Airport zijn opengesteld. Naar verluidt hebben meerdere luchtmachtmedewerkers daarop gesolliciteerd. Met regelmaat vertrekken collega's naar commerciële civiele organisaties om daar het dubbele te verdienen, vertellen ze.

De toekomstige routes naar en van Lelystad Airport worden naar verwachting begeleid door militaire luchtverkeersleiders, terwijl de collega's van de LVNL op de Toren het landen en opstijgen doen. Ze moeten daardoor ook echt samenwerken. "Een senior luchtverkeersleider van de luchtmacht moet het verkeer straks overdragen aan een verkeersleider van de LVNL, die minder kwalificaties heeft, maar veel meer verdient. Dat is toch raar?", aldus een van de luchtverkeersleiders.

Toeslag

Commandant kolonel Dick van Ingen, de baas van de militaire luchtverkeersleiding, is zich bewust van het probleem, maar hij heeft slechts beperkte middelen. Hij kan een zogeheten bindingspremie toekennen, een salaristoeslag van 30 procent voor een onmisbare medewerker, die dan wel minstens drie jaar in dienst moet blijven.

"Wij maken deel uit van de overheid. Wat we verdienen, wordt afgesproken in een cao tussen de overheid en de bonden. Er is een klein beetje financiële ruimte om iets extra's te doen voor bijzonder personeel, zoals de luchtverkeersleiders, maar de kloof krijgen we daar niet mee gedicht." Hij hoopt dat mensen, net als hijzelf, om andere redenen kiezen voor een baan bij de krijgsmacht.

STER reclame