De UCI vond het eigenlijk maar niks, veldrijden voor vrouwen

Aangepast
Daphny van den Brand in actie op het WK veldrijden in 2007 ANP

Al in 1950 was er een wereldkampioenschap veldrijden. Bij de mannen ging de Fransman Jean Robic er met de regenboogtrui vandoor. En de vrouwen? Zij moesten nog een halve eeuw, exact vijftig jaar, wachten op hun eerste WK.

Waarom het zo lang duurde? "Ze vonden het in Zwitserland niet esthetisch", stelt de Duitse Hanka Kupfernagel, pionier binnen haar sport en ook de eerste wereldkampioene in 2000. Kortom: de internationale wielerunie, de UCI, zag het niet zo zitten, vrouwen die door de modder ploeteren.

'De UCI vond het eigenlijk maar niks, veldrijden voor vrouwen'

Kupfernagel liet het er niet bij zitten. "Er was in de jaren negentig ook al een wereldkampioenschap mountainbiken voor vrouwen, dus dat was geen goed argument."

In Nederland begon Daphny van den Brand, die net als Kupfernagel via haar familie in aanraking kwam met de crosswereld, zich hard te maken voor een WK. Zij besloot in 1998 een brief te schrijven naar het hoofdkantoor van de internationale wielerbond.

Het antwoord: eerst maar eens een internationaal veld optrommelen, pas dan is er iets mogelijk. "Er moesten zestien of achttien verschillende landen deelnemen aan een WK. Daar hebben we toen aan gewerkt."

Een paar Chinezen en Hongaren

Ook de KNWU hielp een handje en in 2000 lukte het eindelijk. "Ik weet niet hoe, maar er stond van alles aan het vertrek: een paar Chinezen en Hongaren... Ze konden niet allemaal even goed fietsen, maar het belangrijkste was: wij hadden een WK."

Veldrijden voor vrouwen in 1996: vooral ploeteren

Na 2000 was het hek van de dam. "Het was het begin van alles", concludeert Van den Brand, die in 2003 in het Italiaanse Monopoli de vierde editie van het WK op haar naam schreef.

"Daarna kwamen er wereldbekers, Europese kampioenschappen. Het prijzengeld is nu gelijk aan de mannen. Ik ben eigenlijk te vroeg gestopt..."

2003: Van den Brand wereldkampioen

Achttien jaar later is de sport uitgegroeid tot een volwaardige, internationale sport. En het zal komend weekeinde waarschijnlijk spannender zijn bij de vrouwen dan bij de mannen.

"Wat er tussen 2000 en nu gebeurd is? Er is een wereld van verschil", ziet Kupfernagel, die bij de eerste elf WK's liefst tien keer het podium haalde. "De ontwikkeling is extreem. In het begin moesten de vrouwen het technisch ook nog leren. Toen was ik de meest dominante renster, omdat ik het al vanaf 1995 deed. Nu zijn er 75 veldrijdsters uit alle windstreken."

De wereldkampioene?

"Het spant erom, Ferrand-Prévot of Cant", denkt Daphny van den Brand. "Cant is heel erg technisch, Ferrand-Prévot iets minder en ze start van achteren. Als ze er vanaf het begin goed bij zit, denk ik Ferrand-Prévot. Anders wordt het Cant."

"Een Nederlandse? Nee, helaas niet. Marianne Vos heeft nog een klein beetje achterstand. Zondag was ze vierde. Ze komt in Valkenburg iets tekort. Dat is echt een zware ronde."

Kupfernagel denkt ook aan de Française. "Het is spannend. Er zijn wel tien rijdsters die wereldkampioen kunnen worden. Als ik één favoriet moet noemen, zou ik Pauline zeggen. Het is zo zwaar. Dat het in het voordeel van een mountainbikester is. Maar met Marianne weet je het nooit."

Het WK veldrijden voor vrouwen is zaterdag live te volgen bij de NOS vanaf 14.50 uur op NOS.nl en NPO 1.