Vlinders bestonden al voor er bloemen waren

Aangepast
Fossiele resten van vlinders en motten Bas van de Schootbrugge/Universiteit Utrecht

De oudste fossiele resten van vlinders zijn 70 miljoen jaar ouder dan de oudste fossielen van bloeiende planten. Dat hebben onderzoekers van de Universiteit Utrecht ontdekt.

Tot nu toe werd ervan uitgegaan dat de ontwikkeling van bloeiende planten en bestuivende insecten hand in hand ging. De huidige vlinders en motten hebben vergelijkbare zuigende monddelen als sommige fossielen. Die 'tong' werd gezien als een aanpassing om voedsel uit bloemen te kunnen halen. Deze ontdekking toont aan dat vlinders en motten er al waren toen er nog geen bloeiende planten bestonden.

Het lijkt erop dat de insecten tijdens de massale uitsterving van 201 miljoen jaar geleden (de overgang van het Trias naar het Jura) zelfs hebben geprofiteerd van de veranderende omstandigheden, schrijven de wetenschappers. Ze vergelijken de expansie van de motten en vlinders met de opkomst van de dinosauriërs.

De fossiele resten zijn gevonden tijdens een boring in Schandela in Noord-Duitsland, zo'n 75 kilometer ten oosten van Hannover.

Overleven op de vulkaan

In het genoemde tijdperk brak het supercontinent Pangea in stukken, waardoor de huidige continenten ontstonden. Dat ging gepaard met massaal vulkanisme, waardoor de biodiversiteit enorm afnam en veel primitieve reptielen uitstierven. De vlinders en motten lijken er juist van te hebben geprofiteerd. Ze zijn veel diverser geworden.

Hun voedsel moet hebben bestaan uit niet-bloeiende planten. Ze zogen waarschijnlijk de bestuivingsdruppels op die door de planten werden uitgescheiden.

"Door te bestuderen hoe insecten en hun evolutie beïnvloed zijn door het broeikaseffect aan het begin van het Jura, hopen we inzicht te krijgen in hoe insecten mogelijk reageren op de huidige klimaatopwarming," zegt onderzoeker Timo van Eldijk. Hij voerde het onderzoek uit met collega's uit Utrecht, Boston, Darmstadt en Stuttgart.