Protesten in Iran: begin van revolutie of relatief kleine opstand?

Aangepast
EPA
Geschreven door
Eline de Zeeuw
redacteur Buitenland

Een week van protesten in Iran: wat begon als frustratie over de sluimerende economische situatie in het land lijkt een opstand tegen de Iraanse autoriteiten geworden. Ten minste twintig mensen kwamen om het leven, honderden werden gearresteerd. De politie en revolutionaire garde dreigen met hard ingrijpen, toch zijn nieuwe demonstraties aangekondigd.

Hoe groot de protesten in het land zijn is moeilijk in te schatten, waardoor nieuwsduiding over de aangewakkerde onrust in Iran lastig is. Zo meldden de door Iraanse autoriteiten beheerde media na protesten zaterdag tien doden, terwijl de oppositie twaalf slachtoffers rapporteerde. En waar de staatsomroep de demonstranten de schuld geeft, verwijten die demonstranten juist - vooral via sociale media - bruut ingrijpen van de overheid.

Er is veel onduidelijk over wat er gebeurt in Iran. Zo gelooft rechtsgeleerde Afshin Ellian dat de demonstraties van "radicaal en revolutionair niveau" zijn, terwijl historicus Peyman Jafari meent dat de grootte van de protesten niet moet worden overschat.

2009

Door de nucleaire deal met de Verenigde Staten, die een groot deel van de sancties tegen Iran terugdraaide, kwamen in 2015 miljarden dollars beschikbaar bij de Iraanse regering. De bevolking ziet daar te weinig van terug: de prijzen stijgen voortdurend en de werkloosheid is hoog. "Dat was het vonkje dat de woede tegen het regime deed ontbranden", zegt Ellian.

Zowel Ellian als Jafari, beiden geboren Iraniërs, vergelijkt de huidige protesten met die van 2009. Toen ging de bevolking massaal de straat op na de herverkiezing van de ultraconservatieve Mahmoud Ahmedinejad als president. "Wat er nu gebeurt is enorm. De protesten zijn verbijsterend groot en bovendien goed georganiseerd", zegt Ellian. "In 2009 beperkten de demonstraties zich slechts tot de grote steden. Nu brandt, voor het eerst sinds de Iraanse revolutie, heel het land."

Jafari ziet dat anders. "Hoewel de protesten verspreid zijn over veel plaatsen, zijn ze veel kleiner dan in 2009. Toen verenigden bijna drie miljoen mensen zich. Nu zijn dat er naar mijn inschatting zo'n 100.000."

Volgens de historicus ontbreekt het juist aan organisatie. "Negen jaar geleden was er sprake van een beweging: de protesten waren georganiseerd en hadden een gezicht. Nu zijn het de allerarmsten - vooral jonge, werkloze mannen - die van zich laten horen. Maar ze hebben geen leider."

Plaatsen in Iran waar protesten plaatsvinden NOS/LF

De harde en felle leuzen die de demonstranten scanderen trekken wereldwijd de aandacht: dood aan Rohani en dood aan Khamenei. De bittere kreten zijn een teken van een breed gedragen volksopstand tegen het regime, denkt Ellian. "Er werd nu sinds de eerste dag geroepen om het einde van het regime, in 2009 gebeurde dat pas na drie maanden."

Jafari brengt daartegen in dat die doodsverwensingen slechts van een kleine groep komen. "Mensen die geen middelen hebben om hun stem te laten horen, zijn zo radicaal mogelijk", zegt hij. De bevolking verwijt de regering dat het water hen tot aan de lippen staat. Maar er is volgens Jafari maar een kleine groep die zich, ongeacht de economische problemen, tegen het regime als geheel verzet. "Zij grijpen dit moment aan om van zich te laten horen."

President Rohani en ayatollah Ali Khamenei spelen good cop, bad cop.

Afshin Ellian

De autoriteiten lijken zich geen raad te weten met de protesten. De als relatief gematigd geziene president Rohani riep demonstranten maandag op geweld te vermijden, maar verdedigde tegelijkertijd hun recht om te protesteren.

De hoogste machthebber van het land, ayatollah Ali Khamenei, liet geen ruimte voor tegenspraak. Hij haalde juist fel uit naar 'de vijanden van Iran'. Ook het hoofd van de revolutionaire garde, het militaire elitekorps dat onder gezag van Khamenei valt, was dreigend. Arrestanten wacht volgens hem mogelijk de doodstraf. "Dat laat zien dat de leiders van het land, Rohani en Khamenei, met elkaar botsen", zegt Jafari.

Volgens Ellian spelen de president en de religieus leider van het land juist een spelletje. "Het is als good cop, bad cop: de een dreigt met de vuist, de ander doet alsof hij met de bevolking begaan is." President Rohani probeert de Iraniërs volgens Ellian op die manier te sussen. "Hij zegt dat mensen mogen protesteren, maar ondertussen wordt dit recht niet toegekend met bijvoorbeeld een vergunning. En dat durft hij ook niet, want dan zullen er ongekend veel mensen de straat op gaan."

In troebel water is het goed vissen.

Peyman Jafari

Dit laat zien hoe moeilijk het duiden van de onrust in Iran is. Vooral in het buitenland lijkt de manier waarop de ontwikkelingen in het land worden gevolgd, te worden bepaald door de belangen die er spelen.

Zo tweette president Trump vandaag: "Groot respect voor de mensen van Iran, die proberen hun corrupte regering neer te halen." Ook premier Netanyahu van Israël verklaarde zich solidair met "de nobele zoektocht naar vrijheid" van de demonstranten.

"In troebel water is het goed vissen", zegt Peyman Jafari. "Maar de echte reden waarom de Iraniërs de straat op gaan verdwijnt daardoor naar de achtergrond."