'Geen goede redenen voor geheimhouden tapgegevens AIVD'

Aangepast
AFP

De Raad van State vindt dat de minister van Binnenlandse Zaken, verantwoordelijk voor de AIVD, opnieuw moet motiveren waarom tapstatistieken uit het verleden niet openbaar mogen worden. En anders moeten de gegevens alsnog vrijgegeven worden.

Privacyorganisatie Bits of Freedom heeft hiermee wederom een stap in het jarenlange juridische proces gewonnen. De organisatie vindt dat veiligheidsdienst AIVD openbaar moet maken hoeveel mensen werden afgetapt in de jaren 2002 tot en met 2013. Het gaat om aantallen, niet om namen en telefoonnummers.

Toenmalig minister Plasterk zei in maart 2014 dat hij dit geen goed idee vond. Volgens hem kon dit tot gevolg hebben dat kwaadwillenden uit de cijfers kunnen opmaken hoe groot de capaciteit van de veiligheidsdienst is.

Ook zou uit de cijfers opgemaakt kunnen worden naar aanleiding van welke gebeurtenissen de AIVD besluit meer of minder taps in te zetten. Daar kunnen kwaadwillenden op inspelen.

Verder was Plasterk bang dat als eenmaal aantallen taps bekend worden, ook andere cijfers openbaar gemaakt moeten worden. Bijvoorbeeld hoeveel mensen er worden gevolgd, en hoeveel nieuwe dossiers per jaar worden aangelegd en dergelijke.

Maar Bits of Freedom neemt hier geen genoegen mee. De organisatie wijst erop dat ook landen als Duitsland en Belgiƫ hun tapstatistieken openbaar maken. Waarom zou het voor die landen niet gevaarlijk voor de nationale veiligheid zijn, is het geslaagde bezwaar.

Verder weegt voor de Raad van State mee dat de CTIVD, de toezichthouder op de veiligheidsdiensten, heeft gezegd dat het openbaar maken geen groot risico voor de nationale veiligheid oplevert.

Het eindoordeel van de Raad van State is in ieder geval dat de minister van Binnenlandse Zaken onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de cijfers geheim moeten blijven. Minister Ollongren, die het dossier inmiddels heeft overgenomen, moet opnieuw een beslissing nemen en dan rekening houden met de uitspraak van vandaag.