'Huurders krijgen tot bijna 100 euro minder huurtoeslag'

Aangepast
ANP

Huurders krijgen in 2022 gemiddeld 94 euro per jaar minder aan huurtoeslag. Dat berekende de Woonbond op verzoek van het AD. Het kabinet wil de basishuur, het deel van de huur waarvoor geen toeslag geldt, vanaf 2019 sneller verhogen.

Volgens de Woonbond betekent dit dat huurders die toeslag krijgen er in 2019 gemiddeld 24 euro op achteruit gaan. In 2020 is dat 43 euro en in 2021 gaat het om 57 euro. In 2022 komt de verlaging op gemiddeld 94 euro uit.

'Allerlaagste inkomens'

Nu is de basishuur nog gekoppeld aan de koopkrachtontwikkeling, maar het kabinet wil die straks laten meestijgen met de gemiddelde huurverhoging. Daardoor zal de basishuur sneller stijgen. De maatregel moet 138 miljoen euro opleveren.

Er zijn zo'n 1,4 miljoen mensen die huurtoeslag krijgen. Dat kost de overheid bijna 4 miljard euro per jaar.

Directeur Paping van de Woonbond noemt het "schandalig" dat de laagste inkomens erop achteruitgaan. Hij zegt in het AD dat de huurtoeslag juist in het leven is geroepen om deze groep te beschermen. "Als je moet rondkomen van duizend euro per maand, hakt elke euro minder er hard in."

PvdA-Kamerlid Nijboer zegt tegenover de NOS dat de berekeningen van de Woonbond kloppen. Hij zegt het ongelooflijk te vinden dat er "in deze tijden waarin het met iedereen beter gaat, wordt bezuinigd op de huurders met de laagste inkomens".

Volgens het kabinet staan hier echter diverse andere maatregelen tegenover, waardoor de meeste huishoudens er de komende jaren in koopkracht op vooruit gaan.

Gemiddelde huurstijging

Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken heeft vandaag bekendgemaakt hoeveel de gemiddelde huurverhoging volgend jaar maximaal mag stijgen: 2,4 procent voor een sociale huurwoning en 3,9 procent in het gereguleerde segment. Voor zogenoemde scheefwoners mag de huurstijging maximaal 5,4 procent bedragen.

Ollongren zei op Radio 1 dat het niet de bedoeling is dat de lage inkomens hard geraakt worden door de ingreep in de huurtoeslag. "Als er voor die groep problemen ontstaan voor wat betreft de koopkracht, dan moet mijn collega Koolmees dan Sociale Zaken en Werkgelegenheid daarnaar kijken."