'Mogelijke doorbraak in behandeling ziekte van Huntington'

Ziekte van Huntington University College London

Onderzoekers van de University College London denken een belangrijke vondst te hebben gedaan in de strijd tegen de ziekte van Huntington. Ze hopen de ziekte te kunnen afremmen of in de toekomst te kunnen voorkomen dat iemand de erfelijke ziekte krijgt.

De wetenschappers hebben een experimenteel geneesmiddel geïnjecteerd in het hersenvocht van patiënten die een vroeg stadium van de ziekte hebben, waarna het aantal besmette gedeeltes in de hersenen afnam. De vondst wordt door experts een doorbraak genoemd.

De ziekte van Huntington is een slopende, erfelijke ziekte die zich tussen het 35e en 45e levensjaar openbaart. Het tast bepaalde delen van de hersenen aan. Mensen kunnen psychische en lichamelijke problemen krijgen, zoals geheugenverlies of het maken van ongecontroleerde bewegingen. De ziekte leidt meestal binnen tien à twintig jaar tot de dood.

Baanbrekend

Een behandeling is er tot nu toe niet, en de onderzoekers willen daar nu ook niet van spreken. Ze zijn zelf nog voorzichtig. Het onderzoek werd gehouden onder 46 mannen en vrouwen in Groot-Brittannië, Duitsland en Canada en dat aantal personen is volgens de wetenschappers te laag om grote conclusies te trekken. Ook kregen de proefpersonen te korte tijd injecties.

Onderzoeksleider Tabrizi denkt dat, na vervolgonderzoek, het uiteindelijk mogelijk moet kunnen zijn om te voorkomen dat mensen met het huntington-gen ziek worden. "Dan hebben ze slechts iedere drie of vier maanden een injectie nodig", zegt ze. "Voor het eerst hebben we nu de hoop dat er op een dag een therapie is die de ziekte vertraagt of voorkomt. Dit is baanbrekend voor patiënten en families", zegt ze tegen de BBC.

In Nederland lijden zo'n 1700 mensen aan de ziekte van Huntington.