AFP

Nederland is van alle deelnemers aan de strijd tegen IS het minst open over het aantal burgerslachtoffers door coalitiebombardementen. Dat zegt Chris Woods van de organisatie Airwars, die bijhoudt hoeveel aanvallen de coalitie heeft uitgevoerd in Syrië en Irak en hoeveel burgers daarbij zijn omgekomen.

Woods was een van de sprekers die de Tweede Kamer kwamen bijpraten over het aantal burgerslachtoffers in de strijd tegen IS. De bijeenkomst was georganiseerd door SP-Kamerlid Karabulut.

De directeur van Airwars zegt dat zo'n 6000 burgers zijn gedood door coalitiebombardementen. Volgens hem houdt de coalitie die tegen IS optrekt het op minder dan 800. Dat aantal lijkt Woods onwaarschijnlijk, gezien de hevigheid van de strijd.

'Ongezond voor liberaal land'

Nederland heeft in een eerdere fase van de missie ongeveer 400 keer meegedaan aan de bombardementen en houdt volgens Woods vol dat daarbij geen enkel burgerslachtoffer is gevallen. Hij kan dat moeilijk geloven, omdat bij bombardementen - ook bij precisiebombardementen - bijna niet te voorkomen is dat er onbedoeld slachtoffers vallen.

Naar zijn idee is Nederland van de landen die nu nog meedoen aan de coalitie het minst transparant over slachtoffers die 'per ongeluk' zijn gevallen. "Nederland loopt achter bij zijn bondgenoten", zegt hij. Hij noemt het gebrek aan openheid "ongezond" voor een liberaal, democratisch land.

Andere sprekers zijn het met Woods eens dat Nederland opener moet zijn. Zo zegt Wilbert van der Zeijden van PAX dat het kabinet informatie om allerlei redenen achterhoudt. "Daarmee ontken je wat er daar op de grond gebeurt en stop je burgers als het ware weg in een zwarte doos."

Nederlandse verantwoordelijkheid

Mensenrechtenadvocate Liesbeth Zegveld vindt dat Nederland, ook nu het niet meer actief meedoet aan de bombardementen, medeverantwoordelijk is voor de burgerslachtoffers in de strijd tegen IS. Je doet nu eenmaal mee aan een coalitie die bombardementen uitvoert, is haar mening. En meestal is onduidelijk welk land welke actie heeft uitgevoerd. "Dus het blijft een Nederlandse verantwoordelijkheid."

Ze zegt dat de Joint Task Force tegen IS geen juridisch rechtspersoon is. "Het is voor elk deelnemend land een puur nationale missie met een nationaal commando en met steeds een eigen beslissing om de hand op te steken en een eigen geweldsinstructie op te stellen."

STER reclame