Geweld in jeugdzorg houdt vaak jaren aan

Hollandse Hoogte

Slachtoffers van kindermishandeling in de jeugdzorg zijn gemiddeld 7,5 jaar mishandeld. Dat meldt de Commissie Onderzoek naar Geweld in de Jeugdzorg, die wordt geleid door hoogleraar pedagogiek Micha de Winter. De commissie doet sinds vorig jaar op verzoek van het kabinet onderzoek naar psychisch, fysiek en seksueel geweld in de jeugdzorg vanaf 1945 tot nu.

In het eerste jaar kreeg de commissie bijna zeshonderd meldingen van geweld binnen. Het merendeel van de gemelde mishandelingen vond plaats in de jaren 60 en 70 in een pleeggezin, weeshuis of instelling. Veel kinderen hebben volgens de commissie op meerdere adressen geweld meegemaakt.

Blijvende klachten

Uit het onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de slachtoffers als kind geen melding heeft gemaakt van het geweld. Volgens de commissie was er of geen mogelijkheid om het geweld te melden of waren de slachtoffers te bang. De helft van de melders heeft ook in hun eigen gezin te maken gehad met geweld of verwaarlozing, voordat ze naar een instelling, weeshuis of pleeggezin verhuisden.

Veel slachtoffers zeggen door de mishandelingen last te hebben van lichamelijke klachten of problemen te hebben op het werk, in de relationele sfeer of met sociale contacten.

Hoewel de commissie alleen onderzoek doet naar geweld tegen minderjarigen die vanaf 1945 onder verantwoordelijkheid van de overheid zijn geplaatst, zijn er ook meldingen van voor 1945 binnengekomen. Ook deze melders zeggen tot op hoge leeftijd de gevolgen van de mishandelingen te ondervinden.