Mensenrechtencollege: politie discrimineert medewerker met hoofddoek

Aangepast
Hollandse Hoogte

De politie discrimineert een administratief medewerkster door haar te verbieden een hoofddoek in combinatie met een politieuniform te dragen als zij 3D-aangiftes opneemt. Dat heeft het College voor de Rechten van de Mens bepaald in een zaak die was aangespannen door een medewerkster uit Rotterdam. Het oordeel van het College voor de Rechten van de Mens is niet bindend, maar wel gezaghebbend.

De vrouw, Sarah Izat, diende een klacht in bij het college. Ze is administratief medewerkster en neemt onder meer 3D-aangiftes op waarbij ze in beeld komt. Ze mag dat doen met een hoofddoek op, maar alleen als ze burgerkleding draagt. Al haar collega's dragen wel een uniform bij het opnemen van de aangiftes.

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

Mensenrechtencollege: politie discrimineerde medewerker met hoofddoek

Izat wilde ook een uniform dragen, in combinatie met een hoofddoek. Het College oordeelt nu dat dat moet kunnen omdat de Nationale Politie anders "een verboden onderscheid op grond van godsdienst maakt" jegens de vrouw.

Veiligheid niet in het geding

De politie verbiedt medewerkers om in combinatie met het uniform een hoofddoek te dragen om twee belangrijke redenen: om te vermijden dat de politie als niet-objectief wordt gezien en voor de veiligheid van medewerkers.

Het eerste argument is volgens het college in dit geval maar in geringe mate aan de orde. De vrouw verricht administratief werk door aangiften op te nemen en bepaalt niet wat er verder mee gebeurt. Dat een verbod niet echt nodig is, wordt gesteund door het feit dat het korps haar nu ook laat werken met een hoofddoek op. "Hoewel zij dan burgerkleding draagt, is zij op dat moment onmiskenbaar als politieambtenaar bij de burger in beeld", schrijft het college.

Het veiligheidsargument geldt ook niet. De vrouw zit tijdens de 3D-aangifte, aangifte doen via een videoverbinding, in een andere ruimte dan de burger, haar veiligheid is dus niet in het geding.

Izat liet na de uitspraak weten dat ze verheugd is met deze eerste stap. "Het oordeel is belangrijk voor de verbinding. Het zal niet van de een op de andere dag geregeld zijn, maar hopelijk kan de politie nu verder kijken naar vervolgstappen op het gebied van de hoofddoek."

STER Reclame