Maand voor plan tegen mestfraude, maar waarom wordt er zoveel gesjoemeld?

ANP XTRA

Boeren, mesttransporteurs en andere betrokkenen krijgen tot half december de tijd om met een plan te komen om de grootschalige mestfraude aan te pakken. Dat is de uitkomst van een overleg vandaag tussen minister Schouten van Landbouw en de sector.

"Het was een stevig gesprek", zegt Schouten. "Als er regels of wetten worden overtreden ligt de schuld bij de fraudeur of de crimineel, naar de toezichthouder of politie wijzen is echt te makkelijk. Het plegen van fraude is een kwestie van cultuur en gedrag. De huidige moraal lijkt totaal verziekt. Medio december moet er een concreet plan vanuit de sector liggen, wat ik op dat moment zal beoordelen."

"Het was een eerlijk en direct gesprek", zegt een woordvoerder van boerenorganisatie LTO Nederland. "De minister was volstrekt helder: wij zijn aan zet om met een plan te komen om deze fraude op te lossen. We wisten dat er fraude voorkomt. Maar de grote aantallen, daar zijn we wel van geschrokken."

Zaterdag bracht NRC Handelsblad naar buiten dat bedrijven in Noord-Brabant en Limburg frauderen met mest. Maar waarom is het eigenlijk aantrekkelijk om dit te doen?

De cijfers

De Nederlandse veestapel bestaat op ieder moment van het jaar uit 4 miljoen koeien, 12 miljoen varkens en 105 miljoen kippen. Nederland mag zo veel vee houden, omdat het een uitzonderingspositie heeft in Europa. De uitzondering, in vaktermen bekend als 'derogatie', komt neer op ongeveer een derde extra vee. Gezamenlijk produceren die dieren bijna 80 miljard kilo mest per jaar. In de Nederlandse mestmarkt gaat jaarlijks 500 miljoen euro om.

Omdat we zo veel extra vee mogen houden in Nederland, schuren we altijd tegen de milieugrenzen aan. Om toch binnen de grenzen te blijven, zijn er extra strenge regels en wetten voor het verwerken van mest. Zo moeten melkveehouders meer landbouwgrond kopen als ze meer koeien willen houden.

In mest zitten veel mineralen zoals stikstof en fosfaat. Gewassen hebben deze mineralen nodig om te kunnen groeien. Mest is goed voor de akkers, maar minder goed voor het grondwater. Te veel mest zorgt bijvoorbeeld voor verontreinigd grondwater of lucht.

Een varken leeft ongeveer een half jaar. In die zes maanden tijd produceert het 500 kilo aan mest. Eén varken staat dus ongeveer gelijk aan 1000 kilo mest per jaar. Een varkensbedrijf had vorig jaar gemiddeld 2768 varkens. Dat aantal stijgt door, omdat het totale aantal varkens in Nederland stabiel is terwijl het aantal varkenshouders ongeveer halveert per decennium. Het gaat dus al gauw om grote hoeveelheden.

Onkosten hoog in NL

Varkenshouders moeten hun overbodige mest verwerken. In principe hebben varkenshouders twee keuzes: of ze brengen hun mest de grens over of ze verwerken hun mest tot compost of korrels. Beide opties zijn prijzig.

Voordat mest geëxporteerd kan worden, moet de mest worden ontsmet. Dat kan bij een temperatuur van 70 graden. Het verwarmen kost ongeveer 5 euro per 1000 kilo mest.

"Tel daarbij de transportkosten op, en je zit op bijna vijftig euro per 1000 kilo", zegt Harry Luesink, mestexpert van de Wageningen Universiteit. "Akkerbouwers die de mest nodig hebben zitten in Noord-Frankrijk of Noord-Duitsland, relatief ver weg en dat verklaart de hoge kosten. Daarom zijn er nauwelijks varkenshouders die voor deze optie kiezen."

Mestkorrels

De populairste optie is het verwerken van mest tot compost of mestkorrels. Dit is ook een duur proces. De mest - in de stal noemen boeren het nog drijfmest - moet namelijk worden gescheiden in dunne en dikke mest. Na het scheiden blijft er 80 procent dunne en 20 procent dikke mest over.

De dunne mest wordt veelal gebruikt op de Nederlandse akkers. Akkerbouwers krijgen betaald om de mest te gebruiken, tussen de 5 en 15 euro per 1000 kilo. Tel ook hier transportkosten bij op van 5 euro per 1000 kilo en ook dit kost de veehouder bij benadering 20 euro per ton.

De dikke mest moet worden verwerkt in een fabriek. Hier wordt er compost of korrels van gemaakt. Het maken van beide producten kost eveneens zo'n 20 euro per ton. Mesthandelaren verkopen het vervolgens door naar het buitenland. Populaire bestemmingen zijn Noord- Frankrijk en Noord-Duitsland. Deze ritten kosten volgens Luesink ook weer 30 tot 40 euro per ton. Ze krijgen ongeveer 15 euro per ton compost en 100 tot 120 euro voor een ton mestkorrels.

Concurrentienadeel voor Nederland

In beiden gevallen is de varkenshouder dus ongeveer 20 euro per ton mest kwijt. Andere Europese landen hoeven niet te voldoen aan zulke strenge regels, omdat ze daar minder vee houden, dus ook minder mest produceren en geen mestoverschotten hebben. Hierdoor zijn de productiekosten per kilo varkensvlees in Nederland vele malen hoger zijn dan in het buitenland.

Dat verschil zorgt voor een kostprijs van 26 cent per kilo varkensvlees in Nederland. De onkosten voor varkensboeren zijn in bijvoorbeeld Denemarken 13 cent en in Spanje 8 cent per kilo varkensvlees.