'Van der Laan voerde geheime campagne tegen radicalisering'

Van der Laan tijdens zijn laatste debat ANP

De onlangs overleden Amsterdamse burgemeester Van der Laan heeft in het geheim een campagne gevoerd tegen radicalisering. Hij informeerde zijn wethouders en medewerkers er niet over, evenmin als de gemeenteraad. Dat schrijft Elsevier Weekblad op basis van vertrouwelijke stukken en gesprekken met betrokkenen die anoniem willen blijven, omdat ze geheimhoudingsplicht hebben.

Fractieleiders uit de Amsterdamse gemeenteraad zeggen verrast te zijn door het stuk in het weekblad. Ze willen liefst nog voor een voor donderdag gepland debat over maatregelen tegen radicalisering opheldering over de kwestie.

Een woordvoerder van waarnemend burgemeester Van der Burg zegt tegen de NOS te kunnen bevestigen noch ontkennen dat Van der Laan in het geheim een dergelijke campagne opzette. De gemeente komt komende week met een uitgebreidere reactie en wil "eerst de feiten op een rij" zetten.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken, met sinds deze week de Amsterdams oud-loco-burgemeester Ollongren als minister, wil er niks over zeggen.

De zogenoemde 'Grijze Campagne' is bedacht door David Kenning, een Ierse radicaliseringsexpert. Bij hem vond Van der Laan steun voor zijn idee dat de overheid zich zo min mogelijk met religie moet bemoeien, schrijft Elsevier Weekblad. Kenning gelooft in het verspreiden van een sterke 'tegenboodschap' onder radicaliserende jongeren, die hen ervan moet weerhouden zich bij IS aan te sluiten of anderszins geweld te gebruiken.

In juni 2015 werd de campagne in gang gezet. Alleen Van der Laan en enkele vertrouwelingen wisten ervan. Er mocht niet over worden gecorrespondeerd via e-mail van de gemeente, afspraken erover mochten niet in agenda's en medewerkers moesten alle documenten op hun privéschijf opslaan, zodat anderen er niet bij konden en ze later ook niet in de publiciteit zouden kunnen komen op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

Verantwoordelijk voor de uitvoering waren de ambtenaren Saadia a. T. en Mounir Dadi van de afdeling Radicalisering en Polarisatie op het Amsterdamse stadhuis. A. T. werd deze zomer ontslagen wegens belangenverstrengeling, nadat over de 'Grijze Campagne' ruzie was ontstaan op het stadhuis.

'Vloggen'

De campagne kreeg de vorm van 25 filmpjes op YouTube. Een jonge Marokkaanse Amsterdammer leek daarin te vloggen over zijn worsteling met zijn vader, meisjes en aanvaringen met de politie. Maar in feite ging het om een acteur, ene Said, die werkt voor een adviesbureau waarmee de gemeente vaker zaken doet.

Dat bureau, Scholten en Partners, mocht ook nergens van weten, daarom offreerde en factureerde Said op persoonlijke titel. Tot eind december 2016 declareerde hij ruim 140.000 euro. Als zou uitkomen dat de gemeente achter de vlogs zou zitten, zou Said er alleen voor staan en hij wist dat ook; de gemeente zou elke relatie met hem ontkennen.

Van der Laan dacht een sterk middel in handen te hebben in de strijd tegen radicalisering. Maar het project werd zo angstvallig geheim gehouden omdat de 'vlogs' weinig effect zouden hebben als men zou weten dat de gemeente erachter zat. Van der Laan noemde het een keer in zijn driehoeksoverleg met de hoofdofficier van justitie en politiecommissaris Aalbersberg, maar hield zijn gesprekspartners er verder niet over op de hoogte.

Religie

Er kwam ruzie over toen er in enkele Amsterdamse moskeeën spanningen waren ontstaan. Van der Laan verweet zijn ambtenaren a. T. en Dadi toen ineens dat ze de rol van religie ten onrechte negeerden, terwijl hij zelf juist opdracht zou hebben gegeven om religie buiten de vlogs te houden en bijvoorbeeld woorden als 'jihad' te mijden.

Toen de burgemeester in januari van dit jaar longkanker bleek te hebben kwam er een einde aan de Grijze Campagne. Van der Laan moest er nog vragen over beantwoorden in zijn laatste debat met de gemeenteraad in september. Een aantal contactpersonen die als 'ogen en oren' actief waren in wijken en moskeeën hebben de relatie met de gemeente verbroken vanwege het in hun ogen onterechte ontslag van a. T.