Defensieminister Ank Bijleveld (CDA) kent Den Haag op haar duimpje

Aangepast

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

Defensieminister Bijleveld (CDA) kreeg 'tricks en tips' van haar vader

Ank Bijleveld (1962) gaat niet voor het eerst op bezoek bij een formateur. In het kabinet-Balkenende IV (CDA, PvdA en ChristenUnie) was zij staatssecretaris van Binnenlandse Zaken. Zij was toen onder meer verantwoordelijk voor Koninkrijksrelaties. In Rutte III wordt ze minister van Defensie.

Bijleveld was ook twee keer lid van de Tweede Kamer: tussen 1989 en 2001 en nog een korte periode in 2010. Beide keren vertrok zij tussentijds omdat ze een andere baan kreeg. In 2001 werd ze burgemeester van Hof van Twente. In 2011 werd ze Commissaris van de Koning in Overijssel. Dat is ze nu nog.

Gedoogsteun

Vlak voordat ze naar Overijssel vertrok, werd ze als vicefractievoorzitter de tweede CDA-onderhandelaar, naast fractieleider Verhagen, over de formatie van het kabinet-Rutte I. Dat was nadat Ab Klink was vertrokken, omdat hij de gedoogsamenwerking met de PVV niet zag zitten.

Naar verluidt was Bijleveld er eigenlijk ook niet voor dat de partij van Wilders zo'n grote rol kreeg. Dat zou ook een reden zijn waarom ze zo snel na de verkiezingen een baan ver buiten Den Haag aanvaardde.

'Ordinair viswijf'

Als staatssecretaris had Bijleveld een moeilijke klus. Ze moest de bestuurlijke vernieuwing van de Nederlandse Antillen in goede banen leiden. CuraƧao en Sint-Maarten moesten een apart land worden binnen het Koninkrijk der Nederlanden, en Bonaire, Saba en Sint Eustatius kregen de status van bijzondere gemeente. De onderhandelingen verliepen niet altijd even zachtzinnig. Ze werd bekogeld en voor 'ordinair viswijf' uitgescholden. Maar ze bleef standvastig en wist de klus te klaren.

STER Reclame