'Trump liet internetverkeer Noord-Korea verstoren via ddos-aanvallen'

Noord-Koreanen ontwikkelen software in Pyongyang EPA

President Trump heeft aan het begin van zijn ambtstermijn toestemming gegeven om onder meer ddos-aanvallen (Distributed Denial of Service) uit te voeren op Noord-Korea. Hierbij wordt er veel verkeer afgestuurd op servers, waardoor deze tijdelijk onder de druk bezwijken. De aanvallen waren onderdeel van een bredere strategie om het land onder druk te zetten.

Dat schrijft The Washington Post. De ddos-aanvallen werden uitgevoerd door het Amerikaanse Cybercommando en waren gericht op hackers van de Noord-Koreaanse inlichtingendienst, het Algemene Verkenningsbureau. De hackers zaten daardoor tijdelijk zonder internet.

De aanvallen werden afgelopen zaterdag afgerond. De impact was tijdelijk en leidde niet tot destructie, aldus bronnen tegen de krant. Het leidde er wel toe dat sommige hackers hun werk niet konden doen.

Juiste maatregelen

Het Witte Huis en het Cybercommando wilden tegenover de krant niet reageren. Een anonieme regeringsfunctionaris zei alleen: "Wat ik je kan vertellen is dat Noord-Korea zichzelf heeft schuldig gemaakt aan digitale aanvallen en dat we de juist maatregelen nemen om onze netwerken systemen te beschermen."

Onder experts die de Post heeft gesproken is er discussie over in hoeverre de Amerikaanse regering zulke digitale aanvallen moet uitvoeren. "Als ik nog steeds voor het Pentagon had gewerkt, zou ik ervoor pleiten dit vaker te doen", zegt Aaron Hughes die zich onder president Obama bezighield met cyber-operaties. Anderen vrezen dat dit soort aanvallen alleen maar veel zwaardere tegenreacties uitlokt.

Naast digitale aanvallen zet het Witte Huis ook overheden onder druk om alle banden met Noord-Korea te verbreken. Vicepresident Pence vroeg volgens de Post op een gegeven moment regeringsfunctionarissen van een bepaald land hierom. Zij stelden toen dat er geen relatie was met Pyongyang, waarop Pence antwoordde dat ze voor 2 miljoen dollar aan goederen verhandelden.

Ransomware en Sony

Noord-Korea wordt regelmatig genoemd als een van de landen waar mogelijk grote digitale aanvallen vandaan komen. Beveiligingsbedrijven en de NSA linkten eerder dit jaar het land aan de WannaCry ransomware-aanval, een virus dat in mei meer dan 300.000 computers besmette en een weekend lang bedrijven in zijn greep hield.

De groep die ervan wordt verdacht de aanval te hebben uitgevoerd, de Lazarus Groep, wordt ook verantwoordelijk gehouden voor de hack op Sony Pictures in 2014. De filmmaatschappij liet toen een film over leider Kim Jong-un produceren. Bedrijfsgevoelige informatie kwam daardoor op straat te liggen.