ANP

Grote steden willen meer toezicht op gastouders

tijd van publicatie Aangepast

De vier grote steden vinden dat er onvoldoende toezicht is op de kinderopvang bij gastouders. Ook moeten de kwaliteitseisen voor gastouders omhoog, zeggen Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht vanavond in De Monitor op NPO 2.

Het kan het gebeuren dat een inspecteur maar eens in de twintig jaar bij een gastouder komt. "Volgens de wet hoeven we maar 5 procent van de gastouders te controleren, maar dat geeft dus helemaal geen goed beeld", zegt de Haagse wethouder Bruines. De gemeente voert dit jaar op eigen kosten extra inspecties uit na signalen van de GGD dat er zaken niet goed gaan bij sommige gastouders.

Ook de kwaliteitseisen voor gastouders moeten volgens de gemeenten omhoog. "Pedagogisch medewerkers op een kinderdagverblijf moeten minimaal een opleiding op mbo3-niveau hebben. Voor gastouders volstaat een opleiding op mbo2-niveau", zegt de Rotterdamse wethouder De Jonge. "Ze zijn daarnaast niet tot bijscholing verplicht en blijven dus achter qua pedagogisch niveau. En dan zien we ze ook nog minder. Waarom?"

De landelijke koepel van GGD'en, GGD GHOR Nederland, vindt ook dat er beter toezicht op gastouders moet komen. Directeur Hugo Backx wil dat het nieuwe kabinet maatregelen neemt. "Wij roepen de minister op om de wet aan te passen en geld vrij te maken voor meer en betere controles."

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid benadrukt dat de gemeentes zelf verantwoordelijk zijn voor toezicht en handhaving. Er wordt gewerkt aan een plan van aanpak om de kwaliteit te verhogen, maar daar moet het nieuwe kabinet een besluit over nemen.

STER Reclame