Meer kinderen in zware jeugdzorg, maar geldpot vaak leeg

Een jeugdhulpverlener in overleg met een kind en zijn moeder ANP
Geschreven door
Ardi Vleugels
Research-redacteur zorg

Steeds meer kinderen kloppen bij gemeenten aan voor jeugdzorg, terwijl het jaarbudget voor die zorg bij veel gemeenten al op is. Dat blijkt uit onderzoek van de NOS en het blad Binnenlands Bestuur onder 228 gemeentebesturen.

Bijna driekwart van de ondervraagde gemeenten ziet de zorgvraag stijgen. Nog eens driekwart ziet ook dat de hulpvraag waarmee kinderen komen, zwaarder wordt.

Bij de overheveling van jeugdtaken naar gemeenten was de verwachting dat gemeenten kinderen met maatwerk en lichtere zorg efficiënter konden helpen. Ieder jaar wordt er daarom verder op het jeugdzorgbudget bezuinigd.

Gemeenten benadrukken in de vragenlijst dat veranderingen in zorg meer tijd nodig gaan hebben.

Nog drie maanden te gaan

Dat het geld in de helft van de gemeenten nu al op is, brengt gemeenten in de problemen voor de drie resterende maanden van 2017. Nieuwe gevallen blijven zich aandienen en de zorg moet ook betaald worden.

De helft van alle gemeenten had al extra eigen geld bijgelegd voor dit jaar en komt nu toch niet uit. De meeste lossen dit op door extra geld over te hevelen vanuit reserves, andere (zorg)posten of incidentele posten. De verwachte tekorten verschillen van enkele honderden euro's tot maar liefst 12 miljoen.

Instroom dempen

Het nemen van maatregelen staat nu bij driekwart van de gemeenten op de agenda. De meeste bestuurders willen strengere afspraken met zorgaanbieders maken, of meer druk zetten op het vernieuwen van het zorgaanbod. Maar ook het (tijdelijk) laten oplopen van wachttijden of patiëntenstoppen worden overwogen.

Gemeenten denken dat de toestroom komt doordat wijkenteams meer achter de voordeur zien en dan hulp inroepen. Maar de meeste doorverwijzingen lopen via de huisarts, buiten wijkenteams om.

Een deel zegt dat de sociale problematiek van kinderen toeneemt. Zo noemen meerdere gemeenten een toename van hevige vechtscheidingen. Ook zien gemeenten dat kinderen vaker thuis zorg krijgen, omdat het aantal bedden in instellingen is afgebouwd. Een enkeling wijst naar de zorgaanbieders: die zouden zwaarder indiceren als de tarieven verlaagd worden, uit zelfbehoud. Andere onderzoeken nog waarom meer kinderen ook zwaardere zorg nodig hebben.

Ruim driekwart van de gemeenten heeft al wachtlijsten voor jeugdzorg en de helft daarvan noemt die zelf onverantwoord. Toch geeft nog geen enkele gemeente zichzelf ronduit een onvoldoende als het gaat om de toegang tot jeugdzorg.

Toekomst somber

Voor 2018 zijn gemeenten negatief: bijna 90 procent verwacht ook dan niet uit te komen met de beschikbare gelden. Ze geven in de toelichting aan dat ze vooral meer tijd nodig hebben om tot een innovatiever en passender zorgaanbod te komen.

Gemeenten willen meer kunnen investeren in preventie, zodat ze op langere termijn kosten besparen. Daarom pleiten veel gemeenten voor het langzamer doorvoeren van de bezuinigingen. Dat geeft meer financiële ruimte voor preventie en verandering.

De vragenlijst is aan alle 388 gemeenten gestuurd. Daarvan deden 248 gemeenten mee. 228 bereikten ons op tijd en die zijn verwerkt. De overige 20 zijn wel inhoudelijk bekeken, maar niet verwerkt in het totaalbeeld. De uitkomsten vertellen dus hoe bijna 60 procent van de gemeenten - groot en klein en uit alle regio's - denken over jeugdzorg.

In een enkel geval hebben gemeenten de vragenlijst samen ingevuld. De gemeenten die niet meededen, noemden als redenen veelal tijdgebrek, het niet halen van de deadline of een gebrek aan zicht op de cijfers.