In dit verpleeghuis komen ouderen juist wél buiten: 'rusten is roesten'

De wandeltocht van verzorgingshuis Vondelstede Carmen Dorlo/NOS
Geschreven door
Carmen Dorlo
redacteur Online

In de hal van verpleeghuis Vondelstede zit Wim Moll. Hij is 95 jaar oud ("vandaag geworden, ik ben jarig!"), maar voelt zich 70, vertelt hij. Moll komt net terug van zijn ochtendwandeling, een kilometer in het Vondelpark in Amsterdam. "Kom! Ik ga zo nog een kilometer met je lopen", nodigt hij uit. "Niemand houdt je tegen, bewegen is leven!"

Een kwart van de ouderen in een verpleeghuis komt naar eigen zeggen zelden of nooit buiten, blijkt uit een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Dat kan niet, vindt zorgaanbieder Amsta. Hun verpleeghuis Vondelstede, bij het Vondelpark in Amsterdam, vindt het daarom juist belangrijk dat ouderen vaker naar buiten gaan. "En je merkt het echt aan ze. Laatst zei iemand: nu heb ik het gevoel dat ik echt weer leef", vertelt Susan, activiteitenbegeleider van de zorginstelling.

Wim Moll (95) Carmen Dorlo/NOS

Moll heeft vroeger altijd gezwommen en hardgelopen. Bewegen was belangrijk, en dat is het nu nog steeds. "Soms word ik wakker en heb ik echt geen zin om op te staan, maar dan ga ik naar buiten en voel ik me super", vertelt hij. "Binnen ga je alleen maar piekeren, buiten zie je de natuur, watervogels, ruik je frisse lucht. Rusten is roesten. Als je eenmaal gaat zitten, sta je niet meer op."

Dus wandelt Moll twee keer per dag een rondje in het Vondelpark. "Iedereen mag met me meelopen, dan kunnen we discussiëren over de lokale politiek of klimaatverandering. Maar ik loop wel door." En ook als je eenzaam of ziek bent, moet je naar buiten, zegt hij. "Dan vraag je een begeleider. Leeftijd is een getal, je moet gewoon naar buiten."

Volgens Actiz, een organisatie van zorgondernemers, is het rapport van het SCP goed nieuws. "Het betekent dat drie kwart van alle ouderen in verpleeghuizen wel genoeg buiten komt. Het gaat dus juist goed", vertelt woordvoerder Evedien Tukkers.

Volgens Tukkers past Vondelstede goed in deze trend. "Je hoort de laatste tijd dat meer instellingen inzetten op het welbevinden van ouderen, op de kwaliteit van het leven. Bijvoorbeeld met belevingstuinen, etc."

Bij het verpleeghuis worden 'maatjes' gekoppeld aan mensen die zich eenzaam voelen. "Als we zien dat iemand te weinig buiten komt, dan passen we het behandelplan van de bewoner aan", vertelt Elize Fallon, communicatieadviseur van Amsta.

Vondelstede organiseert activiteiten als rolstoeldansen, yoga (op een stoel), optredens, en wandeltochten. Een keer per week komt een groep bewoners en vrijwilligers bij elkaar en gaan ze samen lopen. Ook vandaag.

Bewoners en vrijwilligers van verpleeghuis De Vondelstede Carmen Dorlo/NOS

De 97-jarige Gerda Oosterwijk ("Ik ben zo doof als wat, dus ik doe maar net alsof ik je hoor", rechtsonder op de foto) gaat ook mee. "Ik wil in beweging zijn en niet stil zitten. Ik wil met iedereen lachen en huilen, samen kleppen met de mensen", vertelt Oosterwijk.

Ze is altijd een sociaal wezen geweest, en dat gevoel wil ze niet kwijtraken, zegt ze. "Ik ben gezond en alles zit er nog op en aan. Zolang dat zo blijft, wil ik ook aan alles mee blijven doen en naar buiten." Zolang er maar geen gaten in haar kleding zitten. "Nee, dan ga ik echt niet naar buiten. Ik wil er wel netjes uitzien."

Nel, 94 jaar oud, zit in een rolstoel en wordt tijdens de tocht geduwd door een mannelijke vrijwilliger. "Ik heb zoveel mannen, dat wil je niet weten", vertelt ze lachend. "Ik verheug me elke week op deze wandeltocht. Lekker buiten en onder de mensen."

De wandeling van verpleeghuis Vondelstede Carmen Dorlo/NOS

Daar is de 83-jarige Marie-Antoinette het mee eens. "Door die communicatie voelt het alsof je leeft. Je moet echt contact hebben met andere mensen. Ik ga naar buiten als het kan."

Met haar vriendinnen, maar ook met vrijwilligers. "Lekker buiten. Dan leef je."

Er zijn veel verschillen, maar ook zeker veel (onverwachte) raakvlakken.

Susan, activiteitenbegeleider

"Sommige mensen in de instelling worden weinig bezocht", vertelt activiteitenbegeleider Susan. "Dat raakt me. Dan ga ik bij ze zitten en een spelletje doen, of regel ik een vrijwilliger die met ze naar buiten kan." Dat heeft veel effect, zegt ze. "Ze worden er enthousiast en energiek van. Daar doe ik het voor. Je leert ook zoveel van die mensen. Er zijn veel verschillen, maar ook zeker veel (onverwachte) raakvlakken."

De groep loopt tijdens de wandeling naar een barretje in het park. Voor een kop koffie. "Wat moet ik doen om een kop warme chocomel met slagroom te krijgen?" vraagt iemand. De bewoners zijn allemaal in gesprek, met de begeleiders of met elkaar. "Iedereen heeft een eigen verhaal en kan dat delen. Of je nou bewoner of vrijwilliger bent. Soms denk ik wel eens: volgens mij is dit net zo belangrijk voor de vrijwilligers als voor de bewoners zelf", sluit Elize af.