Vindicat Marco Derksen CC BY-NC 2.0

Universiteit schort bestuursbeurs Vindicat op

time icon Aangepast

De Rijksuniversiteit Groningen en de Hanzehogeschool schorten de bestuursbeurs van Vindicat op. De bestuursleden van de studentenvereniging verliezen daarmee voor dit studiejaar de beurs.

Aanleiding zijn twee recente incidenten met leden van vereniging. Ze zouden zich onder andere hebben misdragen in een sushirestaurant.

Geen uitbetaling

Er is dit jaar nog niets uitbetaald aan de bestuursleden, zegt de RUG. Het stoppen van de bestuursbeurs is de enige maatregel die de universiteit kan nemen tegen Vindicat.

Studenten krijgen de financiële ondersteuning omdat ze een topsport beoefenen, bijzondere familieomstandigheden hebben of, zoals de leden van Vindicat, een bestuursfunctie uitoefenen.

Een studentbestuurder kan aanspraak maken op 6 maanden vergoeding. Eén beursmaand bestaat uit een bedrag van 444,20. Het maximale bedrag waar een lid in de periode aanspraak op kan maken is 2665 euro.

Uitsluiting

Het onderzoek naar de incidenten die aanleiding waren voor de maatregel loopt nog.

Volgend jaar augustus wordt beoordeeld of de huidige bestuursleden van Vindicat alsnog aanspraak kunnen maken op de financiële tegemoetkoming. Dat kan alleen op voorwaarde dat er geen nieuwe incidenten meer gebeuren.

Vindicat begrijpt de opschorting, zegt Marc Mohr tegen RTV Noord. Hij loopt als kersverse rector van de studentenvereniging ook de ruim 2600 euro mis. "Dat is een flinke tik, een financiële tegenvaller. Maar ik ga er nog steeds van uit dat we het geld aan het einde van het jaar wel krijgen. En dat de vereniging het eerst kan voorschieten."

Als Vindicat niet aan de voorwaarden voldoet, dan kunnen de RUG en Hanzehogeschool besluiten om de vereniging definitief uit te sluiten van financiële steun. De toekomst van de studentenvereniging hangt hier niet mee samen, Vindicat kan gewoon blijven bestaan zonder de steun.

De uitkomst van het onderzoek naar de voorvallen van afgelopen week weegt bij deze beslissing ook zwaar mee.

Dit is een artikel van

STER Reclame