'Afrika is meer dan giraffen', jonge Afrikanen willen continent terug

eigen foto
Geschreven door
Heleen D'Haens
redacteur Buitenland

Piramides bekijken in Egypte, op het strand liggen in Marokko, op safari gaan in Zuid-Afrika. Het zijn de standaardactiviteiten waar je aan denkt bij een reis naar Afrika. Over juicebars in Benin, koffietentjes in Accra en openluchtzwembaden in Bangui vind je online veel minder informatie. Wat ook opvalt bij zo'n online-zoektocht: zoek op 'tourism Africa', en je ziet bijna alleen foto's van witte mensen.

Daar willen onlineplatforms als Tastemakers Africa, Everyday Africa en Visiter l'Afrique iets aan veranderen. Via sociale media promoten ze ongewone en onverwachte bestemmingen in Afrika. En dat doen ze vanuit een Afrikaans perspectief.

Afrika wordt neergezet als een plek met hongersnood, armoede en oorlog. Nu is het onze beurt om te vertellen hoe wij Afrika zien.

Diane Ngako

"Wij willen het verhaal van ons continent terug", zegt Diane Ngako, oprichtster van Visiter l'Afrique. De Kameroense verhuisde op haar twaalfde naar Frankrijk, maar keerde een paar jaar geleden terug naar haar geboorteland om een online reisplatform uit te bouwen.

"Al veertig, vijftig jaar lang ondergaan wij hoe blanken over ons continent vertellen wat ze willen", vertelt ze. "Afrika wordt neergezet als een plek met hongersnood, armoede en oorlog. Nu is het onze beurt om te vertellen hoe wij Afrika zien. Het is geen land, maar een continent. Met meer dan een miljard inwoners en evenveel verhalen."

Dat Afrika inderdaad meer is dan giraffen en piramides, maakt Visiter l'Afrique duidelijk op zijn Instagram-profiel. Het is een bonte verzameling van reisplaatjes van over het hele continent, genomen door jongeren die in Afrika wonen of er wortels hebben. "Afrikaanse jongeren zijn hoogopgeleid, en hebben de middelen om te reizen", zegt Ngako. "Het zijn mensen die het nut inzien van reizen, die hun eigen continent willen leren kennen."

De stijging van het toerisme onder jongeren wordt bevestigd door een rapport van de Verenigde Naties. Waar in 1995 nog zo'n 15 miljoen Afrikanen een buitenlandse reis maakten, waren dat er in 2015 al 44 miljoen. Vooral in Sub-Sahara Afrika komen veel toeristen uit het eigen continent: zo'n 65 procent.

"Het klopt dat mijn generatie meer reist dan die van mijn ouders", zegt de Ugandees Joseph Kaizzi (30). De economische situatie is stabieler en het is veiliger dan vroeger. Het vliegtuig is ook betaalbaar geworden." Enthousiast noemt Kaizzi de landen op die hij bezocht: Kenia, Liberia, Ethiopië, Ghana.

Als ondernemer reist hij voor zijn werk, maar ook voor zijn plezier. Aan het einde van dit jaar staat een reis naar de Centraal-Afrikaanse Republiek, Senegal en Zambia op zijn programma.

Toch is zo'n Afrika-reis gek genoeg moeilijker te maken voor een Afrikaan dan voor bijvoorbeeld een Amerikaan. Als Afrikaan kan je in 10 van de 55 Afrikaanse landen bij aankomst een visum kopen. Als je Amerikaan bent, kan dat in zeker 20 landen.

Nigeria heeft een muziekcultuur, er is een bloeiende mode-industrie. Maar als je het land googelt, vind je enkel informatie over Boko Haram.

Diane Ngako

Bovendien is het vaak moeilijk om een visum te regelen, zegt Kaizzi. "In Europa ga je daarvoor naar de ambassade of het consulaat, maar hier werkt dat niet zo. Je krijgt een visum via via, als je de juiste mensen kent." Dat leidt tot frustratie, vertelt hij. "Toen ik naar Burkina Faso ging, lukte me het maar niet om uit te dokteren hoe ik een visum moest krijgen. Uiteindelijk ben ik maar gewoon gegaan, op de bonnefooi. Gelukkig kon ik op de luchthaven een visum kopen. Anders was ik het land niet binnengekomen."

Het gebrek aan informatie voor Afrikaanse toeristen ergert ook Ngako. "Neem nu Nigeria: daar is zoveel rijkdom. Dat land heeft een muziekcultuur, er is een bloeiende mode-industrie. Maar als je het land googelt, vind je enkel informatie over Boko Haram. Zelfs op de webpagina van de toeristische dienst van de overheid staat helemaal geen informatie. Dan denk je als toerist toch twee keer na voor je een ticket boekt."

Afrikaans paspoort

Er is verandering op komst, zegt Joseph Kaizzi. "Landen worden soepeler, maar het gaat traag." Dat blijkt uit ook een rapport van de African Development Bank. In 2016 hadden Afrikanen voor minder landen een reisvisum nodig dan het jaar ervoor. Vorig jaar introduceerde de Afrikaanse Unie zelfs het idee van een Afrikaans paspoort. Sommige Afrikaanse leiders, zoals president Kagame van Rwanda en president Déby van Tsjaad, kregen er bij wijze van proef alvast een. Maar voor Afrikaanse burgers blijft het wachten.

Op reis in andere Afrikaanse landen ontdek je: ook Afrika heeft mooie plekken, fantastische producten.

Joseph Kaizzi

Voor Joseph Kaizzi kan het niet snel genoeg gaan. "Het zou fantastisch zijn voor de economie, maar ook voor onze cultuur. Door te reizen openen we de geesten." Hij wil af van het vooroordeel dat Afrika onveilig is. "Als ik op Facebook schrijf dat ik in de Centraal-Afrikaanse Republiek ben, krijg ik van Ugandese vrienden verbaasde reacties: wie gaat daar nu heen? Terwijl het een fantastisch land is."

Als meer mensen gaan reizen, zal het continent zeker veranderen, denkt Kaizza. "Als je op reis bent in andere Afrikaanse landen ontdek je: ook Afrika heeft mooie plekken, fantastische producten. Het klinkt misschien stom, maar het is een kwestie van zelfvertrouwen voor ons continent." Zo zal het toerisme volgens Kaizzi ook de economie in Afrika beïnvloeden. "Echt, het is een kwestie van tijd."