Reuters

Zeven maanden nadat het Libische leger Islamitische Staat heeft verslagen in Sirte, liggen er nog altijd honderden lichamen van IS-strijders opgeslagen in vriezers. De autoriteiten zijn met landen waar de strijders geboren zijn in gesprek over de vraag wat er moet gebeuren met de resten.

Voor landen als Tunesië, Sudan en Egypte is het een moeilijke kwestie om de lichamen te accepteren, omdat ze daarmee erkennen dat hun burgers zich hadden aangesloten bij IS.

De resten liggen in lijkzakken in vriescontainers in de stad Misrata. "We hebben hier honderden lichamen", zegt een politiemedewerker tegen persbureau Reuters. "We zorgen ervoor dat ze goed bewaard blijven, we fotograferen ze, documenteren ze en nemen dna-monsters."

Volgens de medewerker komen de strijders uit verschillende landen. "We zien verschillende Arabische en Afrikaanse nationaliteiten voorbijkomen."

Maar totdat de onderhandelingen met andere landen erop zitten, gaan de resten niet terug. En dus blijft de politie van Misrata er voorlopig mee zitten. "De uitdagingen zijn vooral van materiële aard. We hebben bijvoorbeeld gedoe gehad met het onderhoud van de koelsystemen. Dat is veel werk."

IS-strijders grepen in 2015 de macht in de kustplaats Sirte. Ze maakten gebruik van de chaos die er heerste omdat verschillende Libische milities tegen elkaar streden. Vanuit Sirte viel IS andere steden en nabijgelegen olievelden aan. In december vorig jaar werd IS verdreven.

STER reclame