ANP

Een vrouw van 28 uit Hoorn zocht zelf de man op die haar had aangerand. Hij had haar telefoon gestolen, maar bleef die wel gebruiken. Via een app wist ze 'm op te sporen. Een typisch geval van burgeropsporing en het komt steeds vaker voor. Maar is het wenselijk?

Het is niet alleen van deze tijd dat burgers een rol spelen bij het opsporen van verdachten. Methoden die al jaren gebruikt worden door de politie zijn bijvoorbeeld getuigenverhoren en buurtonderzoeken. Maar de laatste tientallen jaren zijn er andere methoden bij gekomen. Met de opkomst van de digitale wereld kunnen burgers gemakkelijker en sneller bijdragen aan een politieonderzoek.

Burgers maken zichzelf heel wat wijs.

Arnout de Vries

"De komst van internet heeft ervoor gezorgd dat burgers zelf bij informatie kunnen", vertelt Arnout de Vries van onderzoeksbureau TNO. "Denk bijvoorbeeld aan sociale media. Daar kan je veel informatie vinden over mogelijke daders die iets met jouw zaak te maken hebben."

Dat komt niet alleen doordat er meer informatie wordt verspreid, maar ook door de mogelijkheid meer middelen te gebruiken. "Er zijn apps die je kan downloaden waarmee je veel gemakkelijker dichter bij de dader komt", gaat De Vries verder. "Een mobiele applicatie waarmee je de locatie van jouw mobiel kan traceren bijvoorbeeld. En zo'n app bestaat inmiddels ook al voor bepaalde auto's."

Dat is niet helemaal zonder gevaren. "Burgers maken zichzelf heel wat wijs. Het zijn gewoon amateur-speurders, maar ze zien zichzelf als een professioneel rechercheur."

Zelf voor rechercheur spelen kan ertoe leiden dat burgers overgaan tot eigenrichting. "Als je eenmaal weet hoe een zaak in elkaar steekt, is het heel verleidelijk om voor eigen rechter te gaan spelen", vertelt De Vries. Ook kan het zijn dat burgers juist het onderzoek van de politie in de weg zitten en sporen vernielen.

Andere risico's zijn dat burgers inbreuk maken op de privacy van anderen. "Dat zie je bijvoorbeeld als mensen via sociale media een andere identiteit aannemen, om via groepen te proberen meer informatie over iemand te krijgen." Soms gaat het zelfs zó ver dat burgers overgaan tot hacken. "En dan ben je gewoon illegaal bezig, dan overtreed je de wet."

"Maar er zijn ook succesverhalen", vertelt De Vries. "Twee meisjes in Haarlem werden in elkaar geslagen door een aantal jongens. Ze hebben aangifte gedaan bij de politie. Eenmaal thuis besloten ze niet op hun handen te gaan zitten, kropen achter de computer en vonden de jongens binnen een paar uur via Facebook."

Dankzij hun initiatief kon de politie de twee daders direct oppakken. Na een bekentenis moest een rechter besluiten over hun straf." De advocaat van de jongens vond het belachelijk. Hij zei dat er sprake was van amateurspeurwerk. "De rechter sprak dat tegen en zei: welkom in de 21ste eeuw."

Volgens De Vries is burgerparticipatie bij opsporingen niet te stoppen. "De vraag is dus hoe de politie dit in goede banen kan leiden." Dat kan alleen als de politie meer kansen omarmt, vindt De Vries. "Ze moeten burgers faciliteren, informeren en tools en tips geven." Maar de politie vindt het nog lastig daar mee om te gaan.

Dat begint volgens De Vries al bij het stellen van de goede vraag. "Aan het einde van een zaak vraagt de politie vaak aan burgers: heeft u nog wat gezien? Terwijl de vraag eigenlijk zou moeten zijn: heeft u nog ideeën?"

De politie houdt volgens De Vries de opsporing het liefst dicht bij zichzelf. "Maar ze moeten inzien dat iedereen expert is. Je kan expert zijn in je eigen wijk, in je eigen straat. En als je het zo bekijkt hebben we eigenlijk 16 miljoen experts in Nederland die met hun eigen ideeën kunnen bijdragen aan het oplossen van een opsporingszaak."

STER reclame