ANP

Tijdens haar studie in Nijmegen realiseerde de Belgische taalwetenschapper Fieke Van der Gucht zich pas echt hoe exotisch haar Vlaams klonk voor Nederlanders. "Ik weet nog dat ik op het postkantoor postzegels kocht en de beambte aan het loket er iemand anders bij riep. 'O, komt toch eens horen, ze praat Vlaams'. Dat was echt confronterend."

Ook in academische kringen werd er altijd wat meewarig gedacht over dat plezante taaltje van de zuiderburen. "Nederlands Nederlands werd gezien als het hoogst bereikbare, ook in de hoofden van Vlamingen."

Van der Gucht is er daarom des te trotser op dat de Atlas van de Nederlandse Taal waaraan ze bijdroeg vandaag in twee edities verschijnt: een Nederlandse en een Vlaamse.

Droogkuis

Dat betekent dat bijvoorbeeld een hoofdstuk over het Fries ontbreekt in de Belgische versie, maar daar wel de taalstrijd rond Brussel wordt uitgelegd. Ook verschillen woorden of insteek soms.

"Het Belgisch Nederlands is volwassen geworden. Het Nederlands is een pluricentrische taal geworden en de atlas is daar een uitgroei van. Waarom zou droogkuis fout zijn en stomerij goed?"

De opzet past bij de pragmatische houding van de auteurs. Geen opgeheven vingertje over taalverloedering of overspannen gedoe over taalregels. De term Algemeen Beschaafd Nederlands is achterhaald, er wordt juist ruimhartig gekeken naar sms-taal, invloeden van buitenaf en dialecten.

Standaardtaal

"Vooral niet zeuren", vat Van der Gucht het samen. "Er wordt genoeg gezeurd over taal, daar mag best een beetje vrolijkheid voor in de plaats komen."

"Het Nederlands is veel meer dan één standaardtaal. Het is niet zo dat standaardtaal goed is en dialect fout, het maakt allemaal deel uit van onze taal. De ene keer zal dialect beter passen en de andere keer de standaardtaal. Het is gewoon en-en", vindt Van der Gucht.

"Als ik met mijn ouders zou spreken zoals nu met jou, dan zeggen ze: doe een keer normaal. Maar als ik met jou plat dialect zou spreken, dan is het meteen bevestigd: die Vlaming kan zich niet vlot uitdrukken."

Zonder de Val van Antwerpen was Antwerps misschien de standaardtaal geweest. Dan hadden we met een Brabants accent gesproken.

Fieke van der Gucht

Van der Gucht wijst erop dat veel van de dogma's waar taalnazi's graag op hameren ook maar toeval zijn.

"Standaardtaal was in de 16e eeuw ook gewoon een dialect. Het dialect van Holland heeft de wedstrijd gewonnen, omdat net op het moment dat de standaardtaal tot ontwikkeling kwam, die streek economisch en cultureel tot bloei kwam. Iedereen dacht: daar komen we het verst mee. Zonder de Val van Antwerpen was het misschien Antwerps geweest. Dan hadden we met een Brabants accent gesproken."

Paard en wagen

"Er was eigenlijk pas behoefte aan een standaardtaal toen paard en wagen opkwam. Tot dan toe ging men alleen te voet en binnen een straal van 5 kilometer kon je je redden met dialect. Toen mensen zich gingen verplaatsen en de ene boer met de andere moest kunnen communiceren, is de standaardtaal belangrijker geworden. Het is handig als je beiden hetzelfde woord voor koe hebt."

Iets minder hautain doen over dialect dus, is de boodschap. Zo wijst Van der Gucht puristen erop dat het Noord-Hollandse 'skool' dichter bij het Germaanse oerwoord ligt dan het Nederlandse 'school'. En het Nedersaksische 'old' en 'holt' behielden een letter die in standaard-Nederlands een klinker werd in 'oud' en 'hout'.

"Mensen denken: die standaardtaal was er altijd en dialecten zijn er slechte afkooksels van, van luie mensen die niet deftig willen praten. Maar zo is het niet gegaan. Dat soort misverstanden willen we uit de wereld helpen."

Ook de schadelijke invloeden van buitenaf worden gerelativeerd. Die waren er immers altijd al, betogen de auteurs. "Slechts een klein percentage van onze woorden hebben we echt overgenomen uit het Germaans, woorden als 'vader', 'moeder' en landbouwtermen."

"Voor de rest hebben we veel overgenomen uit andere talen. Zo komt 'kelder' uit het Latijn. Er is niemand die gaat fulmineren dat we er geen Germaans woord voor hebben."

Voor woorden als computer zullen we nooit rekenaar gaan gebruiken.

Fieke van der Gucht

Vaak is het slechts een kwestie van tijd voordat men gewend is aan een uitheems woord. Zo wordt er in de atlas een bezwaar uit de jaren 30 aangehaald tegen onvergeeflijke germanismen als 'aanhangwagen', 'betwijfelen' en 'slagroom'.

Alternatieven klinken vaak veel geforceerder, zegt Van der Gucht. "Voor woorden als computer zullen we nooit rekenaar gaan gebruiken."

Bang dat alle grammatica en spellingsregels overboord gezet worden, is Van der Gucht niet. "Daar zit sociale controle op. Je mag schrijven wat je wilt, maar niemand doet dat omdat je dan zo afwijkt van de norm dat het opvalt op een manier waarop je niet wilt opvallen."

"Bovendien: als we elkaar willen blijven begrijpen, dan is het ook wel handig als de dt-regels worden gerespecteerd."

STER reclame