Peter Kuipers Munneke op de Tunabreen-gletsjer NOS

Tussen het grijze wolkendek dat vlak boven de bergen hangt, strijkt af en toe een felle straal zonlicht over het uitgestrekte landschap van sneeuw en ijs. Na een zware, drie uur durende tocht per sneeuwscooter zijn we aangekomen aan de voet van de Tunabreen, een van de vele grote gletsjers op Spitsbergen. Al van grote afstand zien we enorme scheuren in het ijs, en pilaren van ijsblokken die elk moment om lijken te vallen.

De Tunabreen vertoont opmerkelijk gedrag. Normaal gesproken spuwt deze gletsjers eens in de 35 of 40 jaar een grote hoeveelheid ijsbergen in zee. De laatste keer was in 2004. Maar een paar maanden geleden begon de gletsjer alweer naar voren te schuiven.

'De Tunabreen vertoont opmerkelijk gedrag'

De gletsjer Tunabreen is in deze tijd van het jaar alleen maar bereikbaar per sneeuwmobiel. Het is een tocht van 100 kilometer vanuit Longyearbyen, de grootste nederzetting op Spitsbergen. Heen en terug is dat dus de afstand Amsterdam-Maastricht. En dan bij temperaturen flink onder het vriespunt, op een open sneeuwscooter.

Het eerste deel gaat door het Adventdalen (het fjord van Longyearbyen) en is goed te doen. Langs de route worden we nagestaard door rendieren, die proberen in de sneeuw iets eetbaars te vinden. Met 50 kilometer per uur door een eindeloos wit landschap. Gelukkig hebben we dikke pakken aan.

Smalle paadjes

Spannend wordt het als we door de morenen van andere gletsjers moeten. Daar zijn smalle paadjes gevormd die verraderlijk glad zijn. Om de plek te bereiken waar de onderzoekers van de universiteit van Spitsbergen hun apparatuur hebben opgesteld, moeten we de baai oversteken. Het zeeijs is volgens onze gids dik genoeg: 48 centimeter.

Op het ijs liggen twee zeehondjes naar ons te kijken. Vorige week zakten iets verderop negen sneeuwscooters door het ijs. Twee mensen liggen nog steeds in het ziekenhuis met onderkoelingsverschijnselen. Maar wij komen veilig aan de overkant. En de beloning is groot. De zon breekt door en daar ligt de Tunabreen in al zijn glorie. Een fantastisch wonder van de natuur.

Dronebeelden van de gletsjer

Mijn collega-gletsjeronderzoeker aan de universiteit van Spitsbergen, Chris Borstad, was verrast. "Dat is bijna 25 jaar eerder dan we hadden verwacht. Ik heb nog geen verklaring voor wat er nu gebeurt. Maar mogelijk heeft het te maken de recordhoeveelheid regen die afgelopen najaar is gevallen hier", zegt hij. "Die regen is via scheuren en gaten onder de gletsjer gekomen, en werkt dan als een soort smeermiddel waarover de gletsjer naar beneden stroomt."

Op Spitsbergen duurt het doorgaans decennia voor er genoeg smeltwater aan de onderkant van een gletsjer terechtkomt om dit proces in werking te laten stellen. Omdat de gletsjer steeds dikker wordt, wordt de druk aan de onderkant groter en stijgt de temperatuur. Op een bepaald moment zit er dan zoveel smeltwater, dat de gletsjer gaat glijden en versneld naar voren schuift. Nu wetenschappers hebben vastgesteld dat het veel vaker gaat regenen in het Noordpoolgebied, zou dit het verdwijnen van het ijs van gletsjers kunnen versnellen.

200 kilometer per sneeuwmobiel

Dankzij meer metingen kunnen we steeds beter de vinger aan de pols van de poolgebieden houden. En zien we telkens opnieuw onverwachte dingen. Het zeeijs op de Noordpool blijkt in 35 jaar tijd met 65 procent afgenomen. Rond Antarctica nam het zeeijs in die periode juist iets toe, tot er deze winter ineens minder lag dan ooit.

Niemand die weet hoe dat komt, en of het een trendbreuk is. En in een nieuw rapport dat vorige week verscheen, wordt de minimaal verwachte zeespiegelstijging voor de komende eeuw flink naar boven bijgesteld, naar 52 centimeter bij 2 graden opwarming, tot minstens 74 centimeter bij sterkere opwarming. Allemaal dankzij nieuwe inzichten in de gletsjers en ijskappen van onze planeet.

Verrassing

De Tunabreen is een klein voorbeeld van hoe het klimaat op de polen ons wetenschappers telkens weer verrast. Soms is die verrassing vooral fascinerend, maar vaak moeten we onze modellen, onze schattingen en onze verwachtingen bijstellen. We lopen vaak achter de feiten aan, terwijl het juist nu zo belangrijk is om te weten wat we de komende eeuw kunnen verwachten.

STER reclame