Wat stelt onze krijgsmacht nog voor?

Aangepast

Vanwege toenemende onrust in de wereld moet een nieuw kabinet meer geld uitgeven aan defensie, vinden verschillende politieke partijen. Ook NAVO-partner Amerika eist dat andere landen hun budgetten verhogen. Wat stelt onze krijgsmacht eigenlijk nog voor?

De krijgsmacht is sinds het einde van de Koude Oorlog enorm veranderd. Niet alleen werd de dienstplicht opgeschort, ook de inrichting is overhoop gehaald. Van een leger dat in het hart van Europa een oorlog met de Sovjet-Unie moest kunnen uitvechten, is het omgebouwd naar een kleinere, maar flexibele krijgsmacht die in nauwe samenwerking met andere (NAVO-)landen missies moet kunnen uitvoeren in alle delen van de wereld.

Dat is duidelijk zichtbaar als je kijkt naar het aantal militairen. In 1990 bestond onze krijgsmacht nog uit 261.000 manschappen, waarvan bijna 60.000 beroepsmilitairen. Op dit moment zijn dat er nog maar 46.900.

Steeds minder militairen

Aantal militairen in 1990 en 2017 Bron: ministerie van Defensie

Een kleinere en mobielere krijgsmacht 

Dat de organisatie is omgevormd zie je vooral terug in het type gevechtsmaterieel. Waar we ooit een verdedigingsleger hadden, hebben we nu een leger dat ingezet moet kunnen worden bij internationale missies. De landmacht is om die reden volledig uitgekleed, en de omvang van het materieel bij de luchtmacht is in verhouding groter geworden. Zo zijn alle tanks en driekwart van de pantservoertuigen en artillerie sinds 1990 afgeschreven of verkocht. 

Landmacht

Materieel in 1990 en 2017 Bron: ministerie van Defensie

Bij de luchtmacht zijn twee derde van de jachtvliegtuigen en driekwart van het luchtafweergeschut verdwenen. Daar tegenover staat dat er er tientallen Apache, Chinook en Cougar-helikopters zijn aangeschaft. 

Luchtmacht

Materieel in 1990 en 2017 Bron: ministerie van Defensie

Ook de marine is niet meer wat het geweest is. Er zijn veel minder fregatten, patrouillevliegtuigen en mijnenjagers dan in 1990.

Marine

Bron: Ministerie van Defensie

Tegelijk met de verbouwing van de krijgsmacht is er ook 25 jaar lang bezuinigd op defensie. En dat heeft grote gevolgen gehad voor de inzetbaarheid van de militairen. De Adviesraad voor Internationale Vraagstukken noemde de staat van de krijgsmacht vorige week 'zeer zorgwekkend' en adviseert met klem het budget voor defensie te verhogen.

De buitenlandse missies zijn zwaar voor mensen en materieel. Er was onvoldoende geld om de snel gesleten spullen op te lappen. "Met de onderdelen van het ene voertuig kunnen we het andere rijdend houden", wordt wel gezegd. Ook is er te weinig munitie. Daarvoor heeft het huidige kabinet overigens meer geld toegezegd.

Binnen de NAVO is afgesproken om 2 procent van het bruto binnenlands product (bbp) te besteden aan defensie. Ook de nieuwe Amerikaanse president Trump hamert daar op. Nederland haalt dat doel bij lange na niet: sinds het einde van de Koude Oorlog daalde het cijfer van 2,7 procent naar minder dan 1,2 procent van het bbp. Feitelijk is dat zelfs maar 0,7 procent, als je geld voor pensioenen, wachtgeld en btw daar vanaf trekt. De laatste keer dat de 2 procent werd gehaald was in 1994.

De NAVO-norm raakt steeds verder uit beeld

Defensiebudget als percentage van het BBP Bron: SIPRI

Als Nederland de investeringen naar 2 procent wil brengen moet het budget uiteindelijk omhoog van 8 naar 14 miljard euro.

Verschillende politieke partijen zeggen in hun verkiezingsprogramma’s meer geld uit te trekken voor de krijgsmacht. Dat varieert van 400 miljoen door de PvdA tot vijf miljard door nieuwkomer VNL. Van de partijen die hun programma hebben voorgelegd aan het Centraal Planbureau vinden alleen de SP, Denk en de Libertarische Partij dat het ministerie van Defensie met nog minder geld toe kan.

Miljarden investeren of bezuinigen

Voorgenomen uitgaven aan defensie per partij Bron: CPB

De meeste partijen vullen niet in hoe het extra geld moet worden besteed. De meeste partijen doelen op het in orde brengen van de basisgereedheid van de krijgsmacht en pleiten voor intensievere internationale samenwerking. VNL formuleert wel concrete wensen: meer schepen en vliegtuigen, een vliegdekschip, oprichting van een of meer tankdivisies en hogere lonen voor de militairen.

De aankoop van 37 nieuwe F-35-jachtvliegtuigen - beter bekend als de Joint Strike Fighter - staat hier buiten, net als de investeringsplannen voor nieuwe onderzeeërs. Daarvoor zijn aparte budgetten gereserveerd. 

Data, de verkiezingen en de NOS

Dit is een artikel in een reeks waarin de NOS tijdens de campagne feiten en cijfers levert bij verkiezingskwesties. In tekst, maar vooral met grafieken. Reageren? Mail naar: cijfers@nos.nl. Alle verhalen in de reeks zijn verzameld op deze pagina.