'Opzeggen associatieverdrag met Turkije vrijwel onmogelijk'

Aangepast
De ondertekening van het associatieverdrag met Turkije in 1963 Europese Unie

Als het aan lijsttrekker Sybrand Buma van het CDA ligt, gaat het associatieverdrag met Turkije de prullenbak in. Dan kan Nederland meer eisen stellen aan Turkse Nederlanders, stelde de CDA-leider vandaag in het programma Buitenhof. Maar volgens deskundigen kan Nederland het Europese verdrag niet zomaar op eigen houtje schrappen. 

"Dat wordt uiterst moeilijk", zegt Adriaan Schout, Europa-deskundige van instituut Clingendael. "Nederland kan dat niet in zijn eentje doen, dat kan alleen de EU. Alle lidstaten beslissen daarover mee. De Europese Commissie zou er wel namens de EU over kunnen gaan onderhandelen, zoals bijvoorbeeld gebeurt met het TTIP-verdrag, maar dat zou jaren duren."

Dan nog zou er voor een besluit unanimiteit nodig zijn, zegt Turkije-kenner Erik-Jan Zürcher. Op dit moment is Turkije aspirant-lid van de Europese Unie, al liggen de toetredingshandelingen op dit moment stil. "Maar over het stoppen van de toetredingsonderhandelingen is geen overeenstemming binnen de EU. Dat is voor veel landen al een brug te ver. Het opzeggen van het associatieverdrag is nog vele bruggen verder."

2004: Erdogan, toen premier van Turkije, en premier Balkenende bij overleg over de toetredingsonderhandelingen AFP

Optimisme

Het associatieverdrag met Turkije dateert uit 1963, toen er in de zes landen van de toenmalige Europese Economische Gemeenschap veel optimisme heerste over de toekomst van de Europese integratie. Het document dat met Turkije werd getekend is eenzelfde soort verdrag zoals dat indertijd met Griekenland, en later met Spanje en Portugal werd gesloten. Bij die laatste drie landen zouden de verdragen uiteindelijk leiden tot een volwaardig lidmaatschap van de EEG., later de EU. 

Het verdrag met Turkije ging uit van drie fasen, zegt Zürcher. "De eerste was de ontwikkelingsfase, tijdens de tweede moesten wet- en regelgeving zo veel mogelijk naar elkaar toe bewegen en de derde fase was de toetredingsfase."

Die toetredingsfase begon in 2004, in Den Haag. Juist Nederland, toen voorzitter van de Europese Unie, spande zich in om de toetredingsonderhandelingen met Turkije te laten beginnen. Onder meer Frankrijk was daar aanvankelijk fel tegen, herinnert Adriaan Schout zich. "Nederland heeft daar toen keihard voor gelobbyd."

Het associatieverdrag is in 1963 niet bedacht vanuit een situatie dat er 400.000 Turkse Nederlanders in Nederland zouden wonen.

Erik-Jan Zurcher, hoogleraar Turkse talen en culturen

Omdat de opstellers van het associatieverdrag ervan uitgingen dat de burgers in de toekomstige EEG-landen uiteindelijk allemaal Europese burgers zouden worden, werden er geen eisen over inburgering in andere Europese landen gesteld. Zürcher: "Het verdrag is in 1963 niet bedacht vanuit een situatie dat er 400.000 Turkse Nederlanders in Nederland zouden wonen. Het was nog voor het begin van de komst van de eerste gastarbeiders uit Turkije."

Daardoor is het, zoals Buma in Buitenhof stelde, ook nu niet mogelijk inburgeringseisen te stellen. "Daar hebben Turkse Nederlanders rechtszaken over aangespannen", zegt Zürcher, "en die hebben ze gewonnen".

Het associatieverdrag schrappen zoals het CDA wil, is dus buitengewoon ingewikkeld. Het enige machtsmiddel dat Nederland zou hebben, is het blokkeren van een een Turks EU-lidmaatschap. "Voor de toetreding van Turkije tot de EU is unanimiteit vereist. Nederland zou dat lidmaatschap bijvoorbeeld aan een referendum kunnen onderwerpen."

STER Reclame