Hollandse Hoogte | Sabine Joosten

Inwoners van Nederland hadden eind 2016 ongeveer 340 miljard euro aan spaargeld op de bank staan. In een jaar tijd steeg de hoeveelheid spaargeld met 5,3 miljard euro. 

Daarvan bestond 1,8 miljard uit geld dat op de bank werd gezet. De rest, 3,5 miljard, bestond uit ontvangen rente. Dat blijkt uit cijfers van De Nederlandsche Bank (DNB).

Met ruim 17 miljoen inwoners betekent dat gemiddeld zo'n 19.900 euro spaargeld per Nederlander; DNB zegt niets over de daadwerkelijke verdeling tussen bevolkingsgroepen. Het overgrote deel van het spaargeld is gestald bij een relatief klein aantal banken. 

Maar de afgelopen jaren is die concentratie van de spaarmarkt wel wat afgenomen. In 2012 stond nog 91 procent van het geld bij de grootste banken, nu is dat 87 procent. DNB zegt dat na het faillissement van Icesave in 2008 en van DSB in 2009, de concentratie op de spaarmarkt toenam. Nederlanders vertrouwden hun geld toen vooral aan grote banken toe. 

Lage rente

Nu stroomt er weer wat meer geld naar kleinere banken. De belangrijkste reden is dat deze vaak een iets hogere spaarrente bieden dan grote banken. Eind 2016 kreeg je bij de grote banken gemiddeld nog maar 0,4 procent, en bij de kleinere banken 0,85 procent. 

Er zijn ook buitenlandse banken actief in Nederland, maar mede door het Icesave-debacle hebben die maar een zeer klein marktaandeel. Slechts 2 procent van het spaargeld is gestald bij banken met een buitenlandse moedermaatschappij.  

STER reclame