'Rechters worstelen ook met roekeloos rijgedrag'

ANP

Ook rechters worstelen met vragen over roekeloos rijgedrag. Uit onderzoek van het Fonds Slachtofferhulp blijkt dat er de afgelopen jaren minder verkeersovertreders zijn veroordeeld voor roekeloos rijden, omdat de Hoge Raad een strenge definitie daarvan hanteert. "Door deze jurisprudentie worden de rechters in een streng keurslijf gedrukt", zegt Barbara den Uijl van de Raad voor de rechtspraak, die spreekt namens de rechters. 

Iemand die met 180 kilometer per uur slalommend over de snelweg rijdt, maakt zich wettelijk gezien niet per se schuldig aan roekeloos rijgedrag. De Hoge Raad stelde daarvoor drie criteria op: iemand moet zich buitengewoon onvoorzichtig hebben gedragen, hij moet een zeer ernstig gevaar hebben veroorzaakt en hij moet zich daarvan bewust zijn geweest. 

In de praktijk betekent dat veroordelingen wegens roekeloos rijden alleen standhouden bij de Hoge Raad als er sprake was van een kat-en-muisspel of een wedstrijd. Het is een paar keer voorgekomen dat een vonnis van de rechter voor roekeloos rijden bij de Hoge Raad werd vernietigd. 

Wie gevaar op de weg heeft veroorzaakt (bijvoorbeeld door zonder opzet een fietser over het hoofd te zien) kan maximaal twee maanden hechtenis en een boete van 3900 euro krijgen. In het geval van schuld is er sprake van drie categorieën van verwijtbaarheid: onoplettend/onvoorzichtig rijgedrag (bijvoorbeeld te hard rijden wanneer het zicht slecht is), een grove verkeersfout (bijvoorbeeld veel te hard rijden en je passagiers geen gordels laten dragen) en roekeloos rijden. Voor die laatste categorie kan de straf hoger uitvallen: maximaal 9 jaar cel en 20.250 euro boete. 

Bron: rechtspraak.nl

"Het is echt ingewikkelde materie", geeft Den Uijl toe. Dat komt ook doordat roekeloos in het dagelijks taalgebruik iets anders betekent dan de juridische term. "Als iemand met alcohol op 180 gaat rijden, vinden wij dat roekeloos, maar hij wordt dan niet altijd voor roekeloos rijgedrag veroordeeld. Mensen snappen dat vaak niet."

De strafrechters zouden graag meer armslag krijgen dan de Hoge Raad nu toestaat op basis van de wet. "Strafrechters kunnen het niet zelf oplossen, dat moet de Hoge Raad of de wetgever doen. Als de politiek constateert dat dat een probleem is, dan moet een van de twee dat oplossen."

"De wetgever is dus aan zet. Hiervoor is een politieke meerderheid nodig", concludeert de Raad voor de rechtspraak. 

STER Reclame