NOS nog terughoudender over peilingen Tweede Kamer

ANP
Geschreven door
Marcel Gelauff
Hoofdredacteur NOS Nieuws

NOS Nieuws heeft besloten nog terughoudender om te gaan met het publiceren van peilingen naar de zetelverdeling in de Tweede Kamer. We beperken ons voortaan tot de Peilingwijzer. Losse zetelpeilingen van bureaus beschouwen we niet langer als relevant nieuws. Losse peilingen zijn dagkoersen waar vaak te veel waarde aan wordt gehecht.

We beperken onze berichtgeving over de politieke peilingen voortaan tot trends op langere termijn. Losse peilingen zullen we hoogstens noemen als ze aanleiding zijn voor nieuws, bijvoorbeeld als ze leiden tot beroering in een partij. Voor de nieuwsredactie van de NOS is dit een logische stap, nadat we de afgelopen jaren al steeds minder aandacht aan losse peilingen waren gaan besteden.

Marcel Gelauff in het NOS Radio 1 Journaal over peilingen

U kent ze, die berichten met zinnen als: "De SP zakt in deze peiling een zetel naar 14 en is daardoor nu kleiner dan het CDA, dat op 15 komt". Dit type zinnen zie je wekelijks op websites en in kranten. Maar hebben opiniepeilers wel voldoende harde informatie om zulke gedetailleerde uitspraken te doen?

Nee, zegt de wetenschap. "Eén peiling is geen peiling", luidt de vuistregel van politicoloog Tom Louwerse van de Universiteit Leiden. "Twee peilingen is een halve peiling, vanaf drie peilingen kun je echt iets over een trend zeggen." Waarmee hij vooral wil zeggen: wees voorzichtig met vergaande uitspraken op basis van één peiling.

Schijnzekerheid

Dat mag een breed gedeelde opvatting zijn in de academische wereld, de werkelijkheid daarbuiten is anders: peilingen worden gretig gemeld en besproken in de media. De verkiezingen zijn aanstaande, dus de komende maanden zal dat alleen maar vaker gebeuren.

Nieuwsmakers en consumenten vinden peilingen vaak onweerstaanbaar. Het is verleidelijk om de onzekerheid achter de peilingen maar even te vergeten en houvast te zoeken bij schijnbaar harde cijfers over zoiets ongrijpbaars als de kiezersgunst. Terwijl je het publiek daarmee slechts schijnzekerheid biedt. Daarmee helpen we eigenlijk niemand en zetten we peilers op een voetstuk waar ze niet op (moeten) willen staan.

Vandaar de keus die de nieuwsredactie van de NOS nu maakt: over losse peilingen berichten we niet meer.

Foutmarge

De kritiek op peilingen en op de manier waarop journalisten ze gebruiken, is niet nieuw. Al vier jaar geleden besloot de NOS daarom standaard te vermelden dat peilingen een foutmarge hebben. En we besloten de Peilingwijzer (een gewogen gemiddelde van de vijf politieke peilingen in Nederland, gemaakt door Louwerse) te gaan publiceren.

Het idee achter de Peilingwijzer is eenvoudig: peilbureaus kunnen ernaast zitten. Hun methode kan fout zijn, waardoor ze steun voor een bepaalde partij onderschatten of juist overschatten. Individuele peilingen kunnen een toevallige uitschieter laten zien. Maar als je nu slim uitrekent waar het gemiddelde van die peilingen op uitkomt, ondervang je die problemen. De afwijkingen per bureau streep je dan als het ware tegen elkaar weg. En je hebt een veel grotere landelijke steekproef waar je uit kunt putten.

Dat gemiddelde van de Peilingwijzer presenteert Louwerse niet in absolute cijfers. SP 14 en CDA 15? Journalisten zeggen het er zelden of nooit bij, maar vanwege de foutmarges zou dat net zo goed precies andersom kunnen zijn. Daarom vermeldt de NOS de foutmarges altijd: "De SP komt uit op 13 tot 15 zetels en het CDA op 14 tot 16."

Minder concreet misschien, maar wel eerlijker over de onzekerheden die er in dit soort onderzoek zitten.

Opmerkelijk

De Peilingwijzer heeft voor nieuwsgierige mensen een groot nadeel: hij heeft nooit een primeur. Eerst moet een aantal losse zetelpeilingen een trend weergeven; pas daarna zie je diezelfde trend opduiken in de Peilingwijzer.

Daarom was het NOS-beleid tot nu toe dat wij naast de Peilingwijzer soms berichtten over losse zetelpeilingen, als die opmerkelijke uitkomsten hadden. Dat gebeurde bijvoorbeeld in de verkiezingscampagne van 2012, toen de SP kelderde en de PvdA onder Samsom juist omhoogschoot. Zulke veranderingen komen in de Peilingwijzer met enige vertraging terug en zijn in de peilingen van een bureau als TNS Nipo al eerder te zien.

Inmiddels vinden we dat conservatieve karakter van de Peilingwijzer vooral een voordeel. Ook al is het verleidelijk om in een losse peiling meteen een trend te zien, we constateren die trend pas als we meer zekerheid hebben door de Peilingwijzer. Bijkomend voordeel is dat we iets minder in de verleiding komen om de verkiezingscampagne te beschrijven als een wedstrijd, waarin iedere verschuiving in het veld ‘nieuws’ oplevert.

Natuurlijk kan het altijd gebeuren dat een losse peiling aan de basis staat van een nieuwsontwikkeling: een partij raakt erdoor in paniek, of kondigt een belangrijke koerswijziging aan. Daar doen we dan uiteraard wel verslag van en daarbij doen we niet krampachtig alsof die peiling niet bestaat of geen invloed heeft gehad.

Ook kan het voorkomen dat een bureau aanvullend onderzoek heeft gedaan dat de moeite waard is, omdat kiezers daarin bijvoorbeeld aangeven wat hun motieven zijn om op een bepaalde partij te stemmen.

Maar de nieuwe regel is dus dat een zetelpeiling zelf geen nieuwsitem oplevert.

Zwakke plekken

Kent de Peilingwijzer dan geen potentieel zwakke plekken?

Natuurlijk wel; Louwerse is de eerste om het te erkennen. En die erkenning is belangrijk in een tijd waarin opiniepeilingen – zeker na de zege van Trump in de VS – opnieuw onder vuur liggen.

Eén van die risico’s is het uitgangspunt dat de gemiddelde peiler het bij het rechte eind heeft. Als de meeste individuele bureaus er in werkelijkheid naast zitten, dan zit de Peilingwijzer dat ook.

Die missers kunnen bijvoorbeeld ontstaan doordat bepaalde kiezersgroepen onvoldoende zijn vertegenwoordigd in de groepen die worden ondervraagd. Van Nederlanders met een migrantenachtergrond is bijvoorbeeld bekend dat zij minder dan gemiddeld bereid zijn om aan dit soort onderzoek mee te doen.

Bureaus voegen correcties toe om dit soort vertekeningen in de panels te compenseren, maar dat doen zij alleen bij de vertekeningen waar ze zich bewust van zijn en waarbij het mogelijk is.

Des te meer reden om ook de Peilingwijzer niet als een voorspeller van de verkiezingsuitslag te zien, maar alleen als wat het wél is: een middel om een indicatie te krijgen van partijsteun en trends onder de kiezers.

Individuele peilingen zeggen te weinig om er nieuwsberichten van te maken. De Peilingwijzer helpt ons al een stuk verder. En het clichématige antwoord van politici op voor hen tegenvallende peilingen is maar al te waar: het zijn maar peilingen; echte zekerheid hebben we pas op 15 maart.

Exitpoll

Tot slot (dat daar geen misverstanden over ontstaan): het bureau Ipsos verzorgt op de verkiezingsdag zelf net als altijd bij verkiezingen in opdracht van de NOS een exitpoll. Dat betekent dat tienduizenden mensen bij stembureaus zal worden gevraagd wat ze hebben gestemd. De uitslag van de Ipsos-exitpoll publiceren we om 21.00 uur, op het moment dat de stembureaus dichtgaan.