Gerard 't Hooft kijkt naar bustes van alle Nederlandse winnaars ANP

'Roof Nobelmedaille Lorentz zal nooit opgelost worden'

time icon Aangepast
Geschreven door
Lambert Teuwissen
Redacteur

Thuis bij de winnaar, of zijn erfgenamen. Tentoongesteld in een museum. Veilig opgeborgen in een archief. Van de meeste Nobelmedailles van Nederlandse winnaars is wel bekend waar ze zijn, zoals nu ook van die van Frits Zernike. Eentje is waarschijnlijk onherroepelijk verloren: die van Hendrik Lorentz. 

De penning van 200 gram 23 karaat goud (huidige waarde zo'n 7000 euro) werd geroofd uit een kluis van de KNAW. Wanneer precies is niet eens duidelijk. "Ik denk dat hij voorgoed verdwenen is", zegt archivaris Joeri Meijer van het KNAW. "Het was de dief om het goud te doen, vermoed ik, niet om de erfgoedwaarde. Ik heb niet het idee dat hij ooit nog boven water zal komen."

Natuurkundige Lorentz kreeg in 1902 de Nobelprijs samen met Pieter Zeeman. Zij hadden onderzoek gedaan naar de invloed van magnetisme op atomen. Het was logisch dat zijn archief - inclusief de Nobelpenning - bij de KNAW werd ondergebracht: Lorentz zat jarenlang in het bestuur van de academie. 

Hendrik Lorentz Hollandse Hoogte

Lorentz' Nobelprijs lag jarenlang met andere onderscheidingen in de kluis van de KNAW. In de jaren 80 werd echter ontdekt dat die allemaal waren gestolen, ergens in de voorgaande dertig jaar. 

Vreemd detail: in de kluis lag nog wel een onbekend doosje met muntjes uit allerlei landen. "We hebben het nog altijd bewaard", zegt Meijer. "Toen ik werd aangesteld, heb ik nog gevraagd wat voor raar doosje dat was, met muntjes uit allerlei landen."

Natuurwetenschappelijk Museum Boerhaave in Leiden heeft de meeste Nederlandse penningen: die van Van 't Hoff, Zeeman en Einthoven. Andere bevinden zich bijvoorbeeld in de collecties van de UvA, de UU en de Erasmus Universiteit. Ook liggen enkele medailles in het buitenland: die van Peter Debye bevindt zich in het archief van Cornell, waar hij tijdens de Tweede Wereldoorlog werd opgevangen; de familie van Niko Tinbergen schonk zijn penning aan het Natural History Museum in Oxford.

Het gebeurt niet vaak dat een Nobelmedaille voorgoed verdwijnt; er zijn maar een handjevol gevallen van diefstal bekend en meestal worden ze meteen opgelost. Zo verdween de Nobelpenning van Ernest Hemingway korte tijd in de jaren tachtig. De schrijver had de prijs in 1954 aan het Cubaanse volk geschonken, als dank voor de inspiratie die hij op het eiland vond. De penning werd gestolen uit de rooms-katholieke kerk die het kleinood in bewaring had, maar werd na korte tijd al weer teruggevonden.

Ook de Vredesprijs van de Zuid-Afrikaanse bisschop Tutu was korte tijd kwijt. Inbrekers die er met zijn sieraden, een tv en een dvd-speler vandoor gingen namen ook zijn Nobelpenning mee. Na een kleine week hadden agenten de vijf daders opgespoord. Volgens de politie hadden ze waarschijnlijk niet eens door wat ze hadden gestolen. 

De dief die de medaille van natuurkundige Ernest Lawrence stal op de universiteit Berkeley in Californië kon ook maar kort van zijn buit genieten. Hij schepte erover op tegen vrienden, die de politie waarschuwden. De 22-jarige man bleek Biologie te studeren aan de universiteit. "Triest dat het om een student blijkt te gaan", verzuchtte een woordvoerder.

Troost-prijs

Misschien de meest notoire Nobelroof is die van de Indiase dichter Rabindranath Tagore, winnaar van de literatuurprijs in 1913. Hij was de eerste niet-Europeaan die de prijs kreeg. Zijn penning werd in 2004 gestolen uit een universiteitsmuseum. 

Er werden verschillende verdachten opgepakt en de politie heeft een vermoeden dat de medaille naar Bangladesh is gesmokkeld, maar een doorbraak bleef uit. Als troost gaf de Nobel Stichting het museum een officiële gouden replica, een unicum. 

STER Reclame