Constantijn en dochter Marijke familiearchief Eduard Böhtlingk

De notaris die zich wél verzette

time icon Aangepast
Geschreven door
Pauline Broekema
Verslaggever

Hij is notaris, maar niet van de oude stempel. Constantijn Böhtlingk heeft weinig van de traditionele deftige magistraat. Op 7 december 1943 geeft zijn zoon Frits in een brief aan zijn zus Marijke een even scherpe als liefdevolle karaktertekening van zijn vader, die dan gevangen zit in het concentratiekamp Vught.

Op 23 april 1943 is de notaris thuis, aan de Utrechtseweg in Arnhem, door de Duitsers gearresteerd. "Hij voelt dat een mens zo intens mogelijk moet leven" schrijft zoon Frits.

Uit onderzoek blijkt dat het merendeel van de notarissen in Nederland tijdens de oorlog betrokken was bij de verkoop van huizen van Joden. Constantijn Böhtlingk was een van de weinigen die wel in verzet ging tegen het nazi-regime.

Muziekliefhebber

Constantijn Marinus Böhtlingk (Arnhem, 8 december 1888 - Dachau, 8 februari 1945) houdt van muziek, speelt cello, heeft een platencollectie. Die is niet zo omvangrijk als de verzameling van zijn kleurrijke buurman, PGEM-directeur Herman Lohr. De mannen wisselen grammofoonplaten uit. Lohr woont in het langgerekte witte pand van de PGEM, de Provinciale Geldersche Electriciteits-Maatschappij. Zijn vrouw verstrekt hem maandelijks een vast bedrag zodat niet het hele salaris op gaat aan muziek.

Het is een omgeving waar Böhtlingk zich wel bij voelt. Muziek en literatuur, dat is waar hij van houdt. Dochter Marijke herinnert zich de liefde van haar vader voor het boek. Eduard, de kleinzoon van Constant, filmt haar als ze er in 2009 over vertelt, alsof ze zichzelf weer ziet lopen aan de hand van haar vader, naar het beroemde antiquariaat van Salomon Israël in de binnenstad van Arnhem. Daar spelen zij en haar broertje op de winkelvloer, terwijl vader, met de gretigheid een boekenliefhebber eigen, door de kasten gaat.

De winkel aan de Bakkerstraat is een trefpunt van intellectuelen, zoals het antiquariaat van de in 1935 uit Duitsland gevluchte Joodse Hans Gumbert in Nijmegen dat ook is. "Een plaats waar boekverzamelaars, studenten en professoren binnenliepen. Een ontmoetingsplaats van boekenliefhebbers", zoals Gumbert later zal zeggen.

Constant Böhtlingk op vakantie in de bergen Familiearchief Eduard Böhtlingk

Er zal, bij die zaterdagse bezoeken aan het antiquariaat van Israël, ook gesproken zijn over de politieke situatie, de zorgen om het opkomend nazisme in Duitsland. De notaris is heel goed geïnformeerd. Hij is tevens Duits consul. "Op feestdagen", vertelt Marijke, "hingen vanaf ons balkon de Nederlandse en Duitse vlag." Constant houdt de Nederlandse en Duitse kranten bij, bezoekt Duitsland, soms op doorreis, op weg naar zijn geliefde bergen.

'Heil bier'

Het moet op zo’n vakantiereis zijn geweest dat het gezin neerstrijkt in de stationsrestauratie in München. De ober, met zijn lange witte voorschoot, zet de bestellingen op tafel en brengt de groet van het nieuwe regime: "Heil Hitler". De notaris uit Holland, die zich kennelijk onaantastbaar acht, groet terug en reageert met een laconiek "Heil Bier".

Ontslag 

Wat anderen negeren, ziet de Arnhemse notaris wel. Het opkomend antisemitisme in Duitsland maakt dat hij zijn nevenfunctie niet langer wil uitoefenen. Aanvankelijk laat hij de buitenwereld alleen weten dat hij gevraagd heeft hem ontslag te verlenen. Iets later maakt hij de achtergrond van het verzoek bekend.

Op 17 mei 1933 staat op de voorpagina van de Arnhemsche Courant de ware reden. Het bericht wordt door de meeste landelijke dagbladen overgenomen. "Naar wij vernemen heeft de heer Böhtlingk ontslag gevraagd omdat hij zich niet kan vereenigen met de wijze waarop de Duitsche regeering tegen de Joden optreedt." Ook de Duitse consul in Nijmegen, meldt de krant, legt zijn ambt neer. Maar bij hem is het vanwege "drukke werkzaamheden."

Weet ge’ wat ’t beteekent, dat men zich in zijn eigen huis niet zeker meer voelt?

Kurt Schweitzer over de angst onder de Joden

Het bericht is geplaatst naast een opmerkelijk artikel met de titel "Het antisemitisme in Duitschland". De krant opent ermee. Het is het laatste deel uit een serie van vier afleveringen, waarin een zekere Kurt Schweitzer beschrijft hoe het net zich sluit om de Joden in Duitsland. Hij waarschuwt, hij beschrijft de uitsluiting van Joden, de pesterijen, de vernederingen, de arrestaties, kortom het levensgevaar waarin Joden in Duitsland in 1933 al verkeren.

'Zooveel gebeurd'

"Kunt ge u eenig denkbeeld vormen wat ’t zeggen wil, dat de Jood in Duitschland bang is op straat te komen, in een tram of autobus te stappen? Dat men iedere stap uit zijn woning of uit zijn bureau mijdt? Men is bang voor de blikken, de scheldwoorden, die iemand kunnen treffen. Weet ge’ wat ’t beteekent, dat men zich in zijn eigen huis niet zeker meer voelt? Er is zooveel gebeurd. ’t Kan ieder oogenblik iedereen treffen." De schrijver maakt zich bekend als een naar Nederland gevluchte Duitse Jood. "Dat het Duitsche volk tot zelfinkeer moge komen", schrijft hij.

Frits Böhtlingk Familiearchief Eduard Böhtlingk

Als de Duitsers Nederland binnenvallen staat de Arnhemse notaris waarschijnlijk al op een zwarte lijst. Buurman Lohr moet zijn huis uit want het enorme gebouw van de PGEM wordt door de Duitsers geconfisqueerd. Het zal in de bezettingsjaren een van de meest gevreesde panden van stad en omstreken zijn: de 'Aussenstelle' van de Sicherheitsdienst en de Sicherheitspolizei.

Ondanks die levensgevaarlijke buren gaat Constant in verzet. Zijn kennis, de Joodse boekhandelaar Salomon Israël, doet een beroep op hem. Het huis wordt het onderduikadres van enkele vrouwelijke leden van de familie Israël, vertelt Marijke Böhtlingk in 2009. Voor de extra voedselbonnen zorgt zoon Frits, die zijn vader in zijn verzet volgt.

Kamp Vught

Op 23 april 1943 wordt Constant thuis gearresteerd en naar Vught gedeporteerd. Daar wordt hij tewerkgesteld in het Philips Kommando. Er is een indrukwekkend kort briefje van hem uit het kamp bewaard gebleven.

O, wat gaat het onverdraaglijk worden zoo zeer van jullie gescheiden te zijn!

Constantijn Böhtlingk in een brief aan zijn familie

Bijna een jaar na zijn arrestatie, op 7 mei 1944 schrijft, hij dat hij een paar keer verkouden is geweest. Dat de pakketjes met etenswaar en tabak die hij af en toe ontvangt hem zo goed doen. Hij reageert op de studieverandering van zijn zoon, die rechten is gaan doen. Hij meldt de komst van een nieuwe gevangene, de bekende kunstenaar Chris Lebeau. Zijn kinderen mist hij intens. "O, wat gaat het onverdraaglijk worden zoo zeer van jullie gescheiden te zijn!"

Hoop

Zijn kinderen houden na de arrestatie de hoop dat hun vader vrijkomt. Frits schrijft aan zijn zusje: “Het kan elke dag gebeuren dat hij weer voor ons staat.” IJdele hoop, want Constantijn wordt doorgevoerd naar Dachau. Daar overlijdt hij op 8 februari 1945.

In het gezin Israël slaat de oorlog diepe wonden. Van de negen kinderen overleven vijf ternauwernood de oorlog. Salomon Israël wordt in Auschwitz omgebracht. Zijn drie zusters worden op 23 mei 1943 in Sobibor vermoord, vijf dagen later wordt daar hun moeder omgebracht.

Eduard Böhtlingk NOS / Pauline Broekema

Kleinzoon Eduard Böhtlingk is blij met de aandacht die er dankzij het boek en het onderzoek van Raymund Schütz nu voor zijn grootvader is. Het verzacht enigszins de pijn dat hij zijn vader niet heeft kunnen vragen naar diens herinneringen. Die overleed toen Eduard 7 jaar oud was. Rechtsgeleerde Frits Böhtlingk kwam in 1959 om bij een auto-ongeluk in Zwitserland.

Bronnen: Familiearchief Eduard Böhtlingk, Joods Monument, Gelders Archief, Nationaal Monument Kamp Vught, Delpher, Huygens.knaw.nl, De Boekenwereld jaargang 11 dbnl.nl, biografischwoordenboekgelderland.nl. en Raymund Schütz , “ Kille Mist” (Boom, 2016)

STER Reclame