De rechtbank in Utrecht ANP

De opheffing van de Centrale Raad van Beroep en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven is voorlopig van de baan. Het kabinet heeft een wetsvoorstel om ze op te heffen ingetrokken. De Centrale Raad van Beroep oordeelt in hoger beroep onder meer over geschillen op het terrein van de sociale zekerheid. 

De ministers Plasterk en Van der Steur wilden de hoogste bestuursrechtspraak versimpelen. Een van de middelen om dat te bereiken was het opheffen van de Centrale Raad van Beroep. Zaken die daar worden behandeld, zouden voortaan moeten worden voorgelegd aan een van de vier gerechtshoven.

Maar de Tweede Kamer bracht vorige week verschillende veranderingen aan in dat plan. Een meerderheid steunde een plan van SP, D66 en GroenLinks om de taak van de Centrale Raad van Beroep niet naar de vier bestaande hoven over te hevelen, maar naar een nieuw vijfde hof, het ‘sociaal bestuursrechtelijk gerechtshof’. Hierdoor zou volgens de Kamer de eenheid in de sociale zekerheid beter worden gewaarborgd.

Het kabinet ziet niets in de wens van de Kamer. Volgens de bewindslieden hebben de vier hoven genoeg kennis en zijn ze groot genoeg om de zaken zorgvuldig af te doen, zonder verlies van kwaliteit.

Ook het besluit van de Kamer om de rechtspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven onder te brengen bij het gerechtshof in Den Haag stuit op bezwaren van het kabinet. Dat zag meer in verplaatsing naar de Raad van State. Ten slotte was er ook nog een verschil van mening over de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Het kabinet vindt de wijzigingen die de Kamer heeft aangebracht zo zwaarwegend dat het hele wetsvoorstel wordt ingetrokken.

STER reclame