Meer crisisopnames van kinderen en jongeren

ANP
Geschreven door
Ardi Vleugels
Researchredacteur zorg

Meer kinderen en jongeren zijn dit jaar gedwongen opgenomen in gesloten jeugdzorginstellingen. Dat zegt Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer op basis van eigen onderzoek. Ze heeft ook meer crisisopnames vastgesteld, waarbij sprake is van problemen die vergevorderd zijn. Volgens Kalverboer escaleren situaties omdat er niet op tijd passende jeugdzorg wordt geboden.

Het gaat om jongeren met ontwikkelings- en gedragsstoornissen, bijvoorbeeld meisjes die in handen zijn gevallen van loverboys. Opname in een gesloten instelling voorkomt dat zij zich onttrekken aan de zorg die ze nodig hebben, of dat anderen voorkomen dat ze zorg krijgen. Een spoedopname in een gesloten jeugdzorginstelling (oftewel Jeugdzorgplus) is de zwaarste vorm van jeugdzorg.

Uit het onderzoek van Kalverboer blijkt dat bij negen van de dertien gesloten jeugdzorginstellingen het aantal crisisopnames het afgelopen jaar toenam. Was de verhouding van crisisbedden en 'gewone' bedden in 2015 ongeveer gelijk, afgelopen zomer meldden instellingen 70 tot 85 procent van hun capaciteit kwijt te zijn aan crisisgevallen.

Volgens de Kinderombudsvrouw krijgen kinderen vaak niet de juiste hulp

De toename van de crisisopnames komt volgens de Kinderombudsvrouw vooral doordat gemeentelijke wijkteams te lang te lichte jeugdhulp geven. Ze hebben vaak weinig kennis om problemen goed in te schatten of zijn terughoudend bij het inschakelen van zwaardere zorg, omdat die vaak ook duurder is.

Ook speelt mee dat jeugdzorginstellingen de behandelduur verkorten en minder nazorg geven, waardoor er meer terugval is. De instellingen krijgen meer aanmeldingen dan vorig jaar en zitten continu vol. Tegelijkertijd kunnen ze moeilijk doorverwijzen, omdat andere specialistische instellingen ook wachttijden hebben.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) laat in een eerste reactie weten geen verband te zien tussen de kwaliteit van gemeentezorg en crisisopnames. De gemeenten zouden graag nader onderzoek zien. 

Staatssecretaris Van Rijn herkent wel iets in de conclusies van Kalverboer. "Wij hebben ook signalen dat crisisopnames vaker voorkomen dan nodig", zegt hij. "Ook omdat er crisisplaatsingen zijn van de ene instelling naar de ander. Dat is een opvallend verschijnsel, waar we vragen bij hebben."

Samenwerking

Deze zomer kreeg de Kinderombudsvrouw signalen over meer crisisopnames en er werden Kamervragen gesteld, maar een landelijk beeld ontbrak. Daarop ondervroeg Kalverboer alle Jeugdzorgplus-instellingen. Ook voerde ze gesprekken met de Inspectie Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming.

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft tegelijkertijd in vier gemeenten met veel crisisopnames onderzocht waarin zij verschillen van gemeenten met weinig crisissituaties. In dit onderzoek ging het naast jeugdzorgopnames ook over opnames in de jeugd-ggz. Daaruit blijkt dat vooral de mate van samenwerking tussen een huisarts, een wijkteam, een instelling en Veilig Thuis (meldpunt kindermishandeling) bepaalt of de problemen escaleren. Van Rijn wil snel nader onderzoek.