De ingang van het kamp Moria op Lesbos EPA

Allasan en zijn drie vrienden uit Ivoorkust zitten in een van de snackbars aan de overkant van de ingang van vluchtelingenkamp Moria op het eiland Lesbos. Ze eten kip en patat, en een salade en genieten er duidelijk van. Hij aarzelt om een interview te geven: "Ik spreek niet goed Engels." Maar als het in het Frans mag, komt er een woordenvloed uit.

"Kijk, elke dag zijn er spanningen in het kamp. Tussen Syriërs, Afghanen, Algerijnen en Afrikanen. Dat komt omdat al die mensen hier al maanden zitten. Sommigen zelfs zes maanden, en ze hebben nog steeds geen antwoord. We voelen ons gevangenen."

Maar even is Moria geen gevangenis. Na de botsingen en rellen, en de brand die talloze tenten en containerwoningen vernielde afgelopen maandagavond, kunnen de meeste mensen in en uit lopen. Het is een komen en gaan van vrachtwagens die grind komen storten op de verbrande grond. De vluchtelingenorganisatie UNHCR en andere ngo's hebben al voorlopige tentjes neergezet, en meer dan honderd familietenten zullen vandaag nog worden geplaatst. Dan hebben de meeste mensen weer onderdak.

Allasan uit Ivoorkust Conny Keessen / NOS

Iedereen zegt dat wij de schuldigen zijn, maar de Afrikanen en ook enkele Syriërs begonnen ons aan te vallen.

Medi, een Afghaanse vluchteling

Allasan begint een tirade tegen de Afghaanse vluchtelingen. Zij zijn het ergst, vindt hij, het meest agressief tegen andere nationaliteiten. Waarom weet hij niet.

Medi, een 20-jarige Afghaan neemt het op voor zijn volk. "Iedereen zegt dat wij de schuldigen zijn, maar de Afrikanen en ook enkele Syriërs begonnen ons aan te vallen. Omdat wij niet mee zouden willen doen aan een hongerstaking die ze wilden houden tegen de Griekse regering en het asielbeleid." Volgens Medi ging het om een paar Afghanen die voedsel wilden halen voor hun vrouwen en kinderen.

Medi deelt de frustratie van de andere vluchtelingen over de asielprocedure. "We willen respect en willen weten waar we aan toe zijn. De brand had alleen te maken met de boosheid over de asielprocedure."

Woede en wanhoop

In Kamp Moria is er niet zoveel nodig om de gemoederen hoog op te laten lopen. Dat hebben hulpverleners van de Stichting Bootvluchteling vaak genoeg meegemaakt. Hun medische teams werken in de avonduren in het kamp.

"Er is al zo veel woede en wanhoop, en er heeft maar iets kleins te gebeuren of het ontploft. Dat gebeurde maandagavond. En dat uit zich op een gegeven moment in geweld, want als mensen het niet meer in woorden kunnen uitdrukken...", zegt Arianne Kattenberg, medische teammanager. Het geweld wordt niet gebruikt tegenover de hulpverleners, maar onderling gaat het dan mis.

"Wij zijn met Eurorelief de enige ngo die er 's nachts zijn, en we moeten alert zijn. Wij zijn heel erg op veiligheid, lopen met walkietalkies. Zodra er ook maar iets niet veilig is, evacueren wij. Maar de vluchtelingen hebben ons dokters en verpleegsters hoog staan, ze weten dat wij er zijn om hen te helpen. De agressie is niet tegen ons gericht."

Volgens Kattenberg is er een combinatie van problemen maar ligt de oplossing in de asielprocedure. "Als daar snelheid in zit, als de mensen duidelijkheid krijgen, dan nemen ze de slechte omstandigheden hier voor lief. In die asielprocedure moet echt verbetering komen, maar dat is al maanden niet zo, het is één groot vraagteken, het verbetert niet."

'We voelen ons gevangen'

STER reclame