ANP

Nederland herdenkt vandaag het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië, het huidige Indonesië. Precies 71 jaar geleden, op 15 augustus 1945, capituleerde Japan. 

Ieder jaar wordt op deze dag stilgestaan bij de oorlog en de interneringskampen waarin de Nederlanders door de Japanners werden opgesloten. Toch wordt een grote groep mensen steeds weer over het hoofd gezien, vindt Frans Leidelmeijer, bekend als kunstexpert van Tussen Kunst en Kitsch

'Buitenkampers'

Leidelmeijer, die zelf in 1942 in Bandoeng werd geboren, houdt tijdens de herdenking vandaag een toespraak over de 'buitenkampers'. "Dat waren Indo-Europeanen, gemengdbloedigen, die niet naar het jappenkamp hoefden", vertelde hij gisteravond in radioprogramma Met Het Oog Op Morgen.

We konden het huis niet meer uit, dat was heel erg beangstigend en bedreigend.

Frans Leidelmeijer in Met Het Oog Op Morgen

Toen de Japanners het voor het zeggen kregen op Java stuurden ze alleen volbloed Europeanen naar interneringskampen, omdat ze niet genoeg plaats hadden om ook de Indo-Europeanen op te sluiten. Ook alle mannen werden geïnterneerd. "Dus alleen vrouwen, kinderen en ouderen bleven over en die moesten onder zeer moeilijke omstandigheden zien te overleven", vertelt Leidelmeijer.

Frans Leidelmeijer ANP

Gouden handen

Ze 'Japaniseerden' de Indonesische samenleving. Er mocht geen Nederlands meer worden gesproken. Nederlandse kranten verschenen niet meer, de banken werden gesloten en de tegoeden bevroren. Ook werden er geen salarissen meer uitbetaald. "Er was dus geen geld meer, dus hoe moesten al die vrouwen en kinderen en ouden van dagen in leven blijven?"

Leidelmeijers moeder en haar drie kinderen wisten vooral te overleven door "de gouden handen van mijn oma". Zij nam naai- en breiwerk aan en maakte Indische hapjes die door de baboe (het kindermeisje) verkocht werden. 

"We leefden in een vijandige omgeving. De Japanners hadden de Indonesiërs tegen ons opgezet. Er was veel angst." 

Als wij erover begonnen zeiden ze 'ach het was toch allemaal niet zo erg in Indonesië'.

Frans Leidelmeijer in Met Het Oog Op Morgen

En na de capitulatie was er de bersiap-tijd, waarin onafhankelijkheidsstrijders vrij spel hadden omdat het Nederlands gezag nog niet hersteld was. "Die hebben dus echt huisgehouden", vertelt Leidelmeijer. 

In die tijd werden door de Indonesische pemuda's (vrijheidsstrijders) veel vrouwen, kinderen en oude van dagen vermoord. Niet alleen Indo-Europeanen, maar ook Molukkers, Bandanezen en Chinezen. "We konden het huis niet meer uit, dat was heel erg beangstigend en bedreigend."

Bamboesperen

In die periode vluchtte zijn moeder met twee broers van Leidelmeijer op de fiets naar een voormalig interneringskamp op Java. "Onderweg kwam ze pemuda's tegen met van die bamboe-speren, nou daar kunnen ze heel vervelende dingen mee doen kan ik u zeggen."

Zijn moeder en twee broers bereikten ongedeerd het voormalig interneringskamp waar de Japanners hen beschermden tegen de pemuda's. "Eerst waren ze dus de vijand en nu de beschermers."

Bananen

Na de oorlog ging de familie terug naar Nederland maar kreeg daar weinig begrip voor wat ze hadden doorgemaakt.

"Als wij erover begonnen zeiden ze 'ach het was toch allemaal niet zo erg in Indonesië, het was lekker warm, je kon de bananen zo uit de bomen plukken dus je had altijd te eten. Maar wij hebben de Hongerwinter gehad'."

STER reclame