Bouwactiviteiten in Peking EPA

Chinese economie groeit met 6,7 procent

time icon

De bouw van huizen, kantoren, bruggen, tunnels en spoorlijnen en stevige overheidsinvesteringen gaven in het tweede kwartaal een impuls aan de Chinese economie. De op een na grootste economie ter wereld groeide in het tweede kwartaal met 6,7 procent, en doet het daarmee iets beter dan economen hadden verwacht. Die gingen uit van een groei van 6,6 procent.

Aan de consumptiekant is er groei. Zo stegen de detailhandelsverkopen vergeleken met een jaar geleden met meer dan 10 procent, wat wijst op stijgende inkomens.

Er is niet alleen groei, delen van de Chinese economie kampen met krimp. In de kolen- en staalindustrie is er overcapaciteit en neemt de economische activiteit af. En ondanks de vastgoedinvesteringen loopt de rally in onroerend goed langzaam terug. 

Vanwege de zwakkere economische vooruitzichten investeerden fabrikanten minder. De private investeringen blijven dus achter, wat deels door overheidsinvesteringen wordt gecompenseerd. 

Manipulatie

De vrees bij economen en markten voor een harde landing van de Chinese economie lijkt weg te ebben. De financiële turbulentie op de Chinese aandelen- en valutamarkten is gaan liggen. Vorig jaar en begin dit jaar leidden heftige koersbewegingen nog tot wereldwijde onrust.

De Chinese groeipercentages blijven indrukwekkend, ook al verdenken veel economen de Chinese overheid van manipulatie van de cijfers. Ze hebben grote twijfels over de betrouwbaarheid van de Chinese statistieken. 

De economische groei in het tweede kwartaal is de laagste sinds 2009. Sinds dat jaar loopt de groei terug. Voordien bedroeg de groei in China meer dan tien procent. In 2015 bedroeg de groei nog maar 6,9 procent. Een economische groei van rond de 7 procent wordt gezien als een gewenst en noodzakelijk groeipercentage met het oog op de arbeidsmarkt en sociale voorzieningen.

Omslag

China is druk bezig de omslag te maken van een industriële productie- en exporteconomie naar een consumptie- en diensteneconomie, die meer gericht is op het binnenland en minder op het buitenland. 

Dankzij de enorme buitenlandse reserves steekt China veel geld in het opkopen van kennis, technologie en macht en in het veroveren van een stevige plek in belangrijke industrie- en dienstensectoren over de hele wereld. 

Chinese (staats)bedrijven investeren in infrastructuur, havens, spoorwegen, banken, verzekeraars en chiptechnologie, in zowel opkomende markten als in Europa en de VS.

STER Reclame