EPA

De zes oprichters van de EU zijn vanmorgen bijeen om te praten over de toekomst van Europa. Duitsland en Frankrijk leggen een plan voor over een "flexibele" Europese Unie. Naast een Europa dat verder wil integreren moet er in het plan ook ruimte zijn voor landen die dat niet willen. 

Ministers van Buitenlandse Zaken van Duitsland, Frankrijk, Nederland, Italië, Luxemburg en België praten de hele ochtend in een villa in Berlijn. In 1951 richtten de landen de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal op, de eerste voorloper van de EU. 

Duitsland en Frankrijk namen het voortouw voor de bijeenkomst. Zij zien het als hun gezamenlijke opdracht om te voorkomen dat andere lidstaten zich net als het Verenigd Koninkrijk van de unie afkeren. "Europa heeft nu behoefte aan oriëntatie. De twee landen voelen zich daar bijzonder verantwoordelijk voor", zegt de Duitse minister Steinmeier. 

Het vertrek van Groot-Brittannië uit de EU is volgens Steinmeier een klap voor iedereen in Europa, "we hebben geen kant en klare antwoorden. Het is nu tijd om goed naar elkaar te luisteren en te bepalen hoe we verder willen." 

Twee stromen

Frankrijk en Duitsland hebben een plan gemaakt voor een tweestromen-Europa: een Europa van landen die meer integratie willen en een Europa van landen die dat juist niet willen, zoals landen in Oost-Europa.

Volgens de Franse minister Ayrault moet de bijeenkomst niet alleen over dat plan gaan. "We moeten ons niet blindstaren op het idee van flexibiliteit. We hebben al een Europa van twee snelheden." Hij wil dat de onderhandelingen met de Britten over hun vertrek snel verlopen. 

STER reclame