Een jaar na de aardbeving in Haïti is meer dan de helft van het hulpgeld uitgegeven aan transport, salarissen van lokaal en internationaal personeel en logistieke kosten. Het geld gaat niet zozeer naar de Haïtianen zelf.

Dat blijkt uit een belronde van de NOS langs hulporganisaties die nog altijd actief zijn in Haïti.

Door economieredacteur Bert van Slooten

De hulporganisaties die in Haïti werken, zijn veel geld kwijt aan personeelskosten. Daardoor blijft er minder geld over voor de hulpbehoevende Haïtianen zelf. Bij hulporganisatie Artsen zonder Grenzen, die overigens niet meedoet aan giro 555, komen de uitgaven voor logistiek en salaris voor zowel Haïtiaans als internationaal personeel zelfs uit op 62 procent van de totale uitgaven.

De hulporganisaties zijn dan ook een aantrekkelijke werkgever voor de bevolking. Maar het aannemen van lokaal personeel is een risico, stellen de organisaties. Zo is ICCO personeel aan andere organisaties kwijtgeraakt, doordat hun mensen daar meer konden verdienen.

Niet iedereen ziet dat als een probleem. Bij World Vision vinden ze het normaal. "In een noodhulpsituatie komt er altijd druk te liggen op de plaatselijk aanwezige arbeidsmarkt. Het goede nieuws is dat het team van World Vision ook weer werk verschaft aan honderden Haitianen."

Verder klagen veel organisaties dat het lastig is om vacatures op te vullen. Vooral Tear, Terres des hommes (vooral medisch personeel), het Rode Kruis en Save the Children hebben banen die niet vervuld kunnen worden wegens gebrek aan personeel.

Geld op

Hoewel pas de helft van het beschikbare geld is uitgegeven (zie kader), vinden de hulporganisaties dat er een enorm tekort aan het ontstaan is. Oxfam Novib wijt het aan de hoge aanloopkosten. "De eerste fase van de noodhulp was zeer kostbaar."

Opbrengst actie 'Help slachtoffers aardbeving Haïti'111 miljoen euroOvergemaakt aan hulporganisaties Haïti50 miljoen euroDaadwerkelijk uitgegeven door hulporganisaties42 miljoen euroNog in kas voor komende maanden30 miljoen euroGeblokkeerd door Buitenlandse Zaken (uitgeven als wederopbouw begint) 31 miljoen euro

Unicef is nog volop bezig om de gevolgen van de cholera-uitbraak te bestrijden en komt daardoor nauwelijks aan de wederopbouw toe. Save the Children en ICCO erkennen eveneens dat er meer geld nodig is om alle projecten uit te voeren.

De enige die voldoende geld heeft is de VNG, maar die heeft zich dan ook vooral gestort op de tweede fase van de hulp, de wederopbouw.

Tevreden

Het is niet alleen kommer en kwel. Over de hulp in de eerste weken en maanden na de aardbeving zijn de hulporganisaties wel tevreden.

Tear noemt hun hulp in het ziekenhuis King's succesvol. Oxfam roemt zijn watermanagement, maar heeft er nog wel een kanttekening bij: "Door de politieke onmacht rijden we nog steeds met vrachtwagens rond om het water uit te delen. We hadden gehoopt dat er nu wel een waterleiding zou liggen." Oxfam geeft daardoor onnodig veel geld uit.

Het Rode Kruis en Unicef zijn trots op het feit dat ze snel ter plekke waren op dag één van de aardbeving. En Care is vooral tevreden over de inzet van de medewerkers: "De meeste mensen hadden zelf familie verloren, maar begonnen toch binnen enkele uren met hulpverlening aan overlevenden."

De komende maanden proberen de organisaties, ondanks alles, over te gaan tot wederopbouw. Volgens Unicef zal dat heel moeilijk worden. Ook het Rode Kruis en Oxfam Novib hebben er een hard hoofd in.

Goede moed

De kleinere organisaties zoals Tear zijn vol goede moed. "We willen graan uitdelen aan boeren en scholen gaan bouwen." Cordaid wil verder gaan met bouwen en Care zegt te blijven werken volgens het principe building back better.

In april komt een officieel rapport over hoe het geld van giro 555 is besteed.

STER reclame