Deel van boeren gebruikt nog steeds te veel antibiotica

ANP
Geschreven door
Rinke van den Brink
Redacteur gezondheidszorg

De daling van het antibioticagebruik in de intensieve veeteelt die minister Schippers en toenmalig staatssecretaris van Landbouw Dijksma eisten, is niet gehaald. Dat blijkt uit het rapport Het gebruik van antibiotica bij landbouwhuisdieren in 2015 van de Stichting Diergeneesmiddelenautoriteit (SDa) dat vandaag gepresenteerd is. Wel worden er veel minder antibiotica aan vee gegeven dan voorheen.

Op 31 december 2015 moest het gebruik 70 procent lager liggen dan in 2009. Na vier jaar van sterke daling begon de vermindering van het gebruik in 2014 al te stokken. Eind dat jaar werden er in de intensieve veeteelt 58 procent minder antibiotica gebruikt. In 2015 is daar nauwelijks verandering in gekomen: het gebruik daalde nog minimaal, met ruim een half procent. Vergeleken met 2009 worden er nu bijna zestig procent minder antibiotica aan vee gegeven.

Die daling is van groot belang in de strijd tegen antibioticaresistentie. Steeds meer bacteriën zijn ongevoelig voor de werking van veel of (bijna) alle antibiotica.

Antibioticaresistentie

Het gebruik van antibiotica leidt onvermijdelijk tot resistentie. Antibiotica doden bacteriën die gevoelig zijn voor de werking van het gekozen middel. Maar de bacteriën die toevallig de genetische informatie bij zich hebben die hen ongevoelig maakt voor dat middel, overleven. 

Vervolgens vermenigvuldigen ze zich zonder dat ze met andere bacteriën hoeven te concurreren om voedsel. Behalve aan hun nageslacht kunnen bacteriën hun genetische eigenschappen zoals resistentie voor bepaalde antibiotica ook doorgeven aan andere soorten bacteriën. 

Op die twee manieren verspreidt antibioticaresistentie zich. Mensen kunnen resistente bacteriën binnenkrijgen via voedsel, maar kunnen die bacteriën ook doorgeven aan elkaar door gebrekkige hygiëne.

Het antibioticagebruik in de veeteelt stabiliseert zich nu op een nog altijd relatief hoog niveau. Binnen de Europese Unie is Nederland nu en middenmoter, terwijl ons land jarenlang een van de grootverbruikers was van antibiotica in de veeteelt.

"Nederland is ver gekomen, maar we zijn er nog niet. Bedrijven die achterblijven, moeten nu echt stappen gaan zetten. En dat verwacht ik ook van ze", reageert staatssecretaris Van Dam van Economische Zaken.

Er is veel verschil tussen diverse sectoren. Bij vleeskuikens daalde het officiële gebruik vorig jaar met ruim zeven procent, maar een jaar eerder was het gebruik in dezelfde sector juist weer sterk gestegen. Bovendien is er juist bij pluimvee bewezen illegaal gebruik van antibiotica, al weet niemand hoe vaak dat voorkomt. 

Varkens kregen vijf procent minder antibiotica en runderen ruim twee procent. Maar kalverboeren gaven hun beesten juist ruim vier procent meer antibiotica. In de in omvang beperkte kalkoensector ging het helemaal mis: kalkoenen kregen zeventien procent meer antibiotica. 

Grootverbruikers

Binnen elke diersector is er een groep boerenbedrijven die te veel en soms veel te veel antibiotica gebruiken. In alle diersectoren gebruikten de grootverbruikers in 2015 - meestal rond de tien procent van alle veeboeren - twee tot drie keer meer antibiotica dan het gemiddelde. Op twee procent van de bedrijven, 539 boerderijen, wordt al tenminste drie jaren achtereen veel te veel antibiotica gebruikt. 

Onder dierenartsen is het beeld niet anders. Een beperkt aantal veeartsen schrijft veel meer antibiotica voor dan de andere. Van de in totaal 783 dierenartsen naar wie de SDa gekeken heeft schrijven er 22 (veel) te vaak antibiotica voor.  Drie van deze veeartsen hebben elk maar één boer als klant. Van 174 andere vindt de SDa het voorschrijfgedrag voor verbetering vatbaar.

De SDa gaat zich nu richten op de grootverbruikers en grootvoorschrijvers. Die leveren een onevenredig grote bijdrage aan het ontstaan en de verspreiding van antibioticaresistentie.