Nog altijd te weinig vrouwen aan de top

Van links naar rechts: Herna Verhagen (PostNL), Caroline Princen (ABN Amro) en Corien Wortmann-Kool (Aegon) NOS/HH (Beeldbewerking NOS)

Het aantal vrouwen in de top van het Nederlandse bedrijfsleven stijgt maar mondjesmaat. Het wettelijke streefcijfer van 30 procent wordt nog altijd bij lange na niet gehaald.

De cijfers staan in de Monitor Talent naar de Top. Die is opgesteld door een commissie die de vorderingen bijhoudt van ruim 250 Nederlandse ondernemingen die hebben afgesproken meer vrouwen in hun raden van bestuur en commissarissen aan te stellen.

Het aandeel vrouwen in de top van deze bedrijven is gestegen van 20,9 procent in 2014 naar 21,5 procent vorig jaar. Hoewel het streefcijfer van 30 procent nog ver weg is, zegt de commissie dat het wel haalbaar is. Sinds de overeenkomst in 2008 werd ondertekend, stijgt het aantal vrouwen in de top met gemiddeld 1 procentpunt per jaar.

Pluim

Zeven organisaties en bedrijven krijgen van de commissie een pluim omdat ze het afgelopen jaar goed hebben gepresteerd op het gebied van man-vrouw-diversiteit. Daaronder zijn PostNL, de gemeente Enschede en waterbedrijf Vitens.

Het kabinet hanteert al enige tijd een streefcijfer van 30 procent vrouwen in de top van het bedrijfsleven. Aanvankelijk was het de bedoeling dat dat op 1 januari 2016 zou zijn gehaald, maar die datum werd onlangs met vier jaar verlengd. Als extra duw in de rug lanceerde minister Bussemaker een website met plekken die vrijkomen in de besturen van de 200 grootste bedrijven van Nederland.

Vorige week bleek dat de overheid het eigen streefcijfer wel haalt. Bijna 500 vrouwen bekleden een topfunctie bij de Rijksoverheid. Dat is 31 procent van het totale aantal topfuncties.