De vistunnel moet uitsterven vissoorten voorkomen

350 miljoen vissen kunnen weer veilig van zoet naar zout water

Vissen kunnen voortaan zonder problemen van de Waddenzee naar het IJsselmeer zwemmen. Rijkswaterstaat heeft in de Afsluitdijk bij Den Oever in Noord-Holland, een speciale vispassage geopend. Zo'n oversteek is belangrijk, omdat sommige vissen zowel zoet als zout water nodig hebben om te overleven en zich voort te planten.

Al jaren blokkeren sluizen, stuwen en dammen in de Afsluitdijk de weg voor vissen die van de Waddenzee naar het IJsselmeer willen zwemmen, of andersom. Sommige vissoorten dreigden daardoor zelfs uit te sterven. Rijkswaterstaat vond dat dit soort barrières moest worden aangepakt.

"De vis heeft het hartstikke moeilijk", zegt landschapsecoloog Jeroen van der Herk. "We lopen het risico dat we in de toekomst met lege wateren blijven zitten."

Als palingen niet naar andere wateren kunnen zwemmen, dan krijgen ze gewoon geen jongen.

Jeroen van der Herk, landschapsecoloog

Van der Herk vertelt: "In het IJsselmeer zit bijvoorbeeld nog maar 1 procent van de oorspronkelijke palingpopulatie. Als palingen niet naar andere wateren kunnen zwemmen, dan krijgen ze gewoon geen jongen. Dan sterft die vis uit."

Door het omzeilen van de blokkades moet de migratie van vis worden bevorderd. De speciale passage - een buis - is aangelegd voor onder meer paling, spiering, zalm, rivierprik en stekelbaars. Deskundigen denken ieder jaar ongeveer 350 miljoen trekvissen gebruik gaan maken van de doorgang bij Den Oever.