Sif

Het Limburgse Sif gaat vanochtend naar de Amsterdamse effectenbeurs. Het bedrijf, ooit begonnen als maker van kachelpijpen, maakt tegenwoordig stalen funderingen voor de offshore olie- en gasindustrie, maar vooral ook voor windmolens op zee. 

De introductieprijs van het aandeel Sif was 14 euro, maar steeg bij opening van de handel naar 14,17 euro, om vervolgens terug te zakken naar een koers van rond de 14 euro. De beurswaarde van het bedrijf ligt rond de 350 miljoen euro.

Het is de eerste beursgang van een Nederlands bedrijf dit jaar. Eigenlijk wilde Sif in februari al naar de beurs, maar toen werd de beursgang op het laatste moment afgeblazen. Volgens een woordvoerder waren toen "de aandelenmarkten nog niet genoeg tot rust gekomen."

De beurskoersen zijn weer wat gestabiliseerd, maar toch zijn er beleggers die zich afvragen of Sif wel klaar is voor een beursgang. Zo is de solvabiliteit van het bedrijf, dat de verhouding tussen eigen vermogen en schulden laat zien, 16 procent. Dat is erg laag, zegt beursanalist Jos Versteeg bij Theodoor Gillisen.

Aandeel

"Ik kan me niet herinneren dat de solvabiliteit van een bedrijf bij de beursgang zo laag was. Wij zouden tegen beleggers zeggen: blijf maar van dit aandeel af", aldus Versteeg.

Maar volgens de financieel directeur van Sif, Boudewijn Nijdam, is er niets aan de hand en gaat het erg goed met het bedrijf. "De groei zit er goed in, het is een winstgevend bedrijf, en we gaan uitbreiden op zowel de Maasvlakte als hier in Roermond. We zijn geografisch ook bezig met expansie in Noord-Amerika en vooral Japan. De markt van windmolens groeit, daar pakken wij ons voordeel."

Volgens hem zit de orderportefeuille dit jaar geheel vol, en ook al voor een deel in 2017.

'Het gaat goed met Sif; we maken winst en we groeien'

Ommezwaai

Hoewel Versteeg kritisch is over de financiële gezondheid van Sif, ziet hij ook positieve punten. "Sif maakt funderingen en buizen voor de olie-industrie, en daar gaat het nu dramatisch mee. Het is dus goed dat Sif de laatste jaren vooral is gaan bouwen voor offshore-windmolenparken."

Schmeitz Industriële Fabricage (SIF), vernoemd naar oprichter Theo Schmeitz, begon in 1948 als familiebedrijf in Roermond. Inmiddels werken er alleen al in Roermond 500 mensen, en is het daarmee een belangrijke werkgever in Limburg. 

Risico

Sif bouwt de funderingen die windmolens vastzetten in de zeebodem. Die pijlers kunnen tot 2000 ton wegen. De nieuwste hebben een doorsnee tot elf meter, zodat ze grotere windmolens kunnen dragen en in dieper water kunnen worden gebouwd. 

Zelf zegt Sif dat inmiddels 85 procent van de omzet komt uit windmolenparken op zee. Dat is ook een risico, zegt Versteeg. "Windmolens op zee zijn nog niet rendabel en daardoor afhankelijk van overheidssubsidies." Mocht de overheid opeens besluiten fors minder geld uit te trekken voor duurzame energie, kost dat Sif veel inkomsten.

Windmolens op zee worden ooit winstgevend, ook zonder subsidie.

Gijs van Kuik, directeur DUWIND

Toch hoeven beleggers zich daar niet al te veel zorgen over te maken, blijkt uit de woorden van Gijs van Kuik, directeur van het Windenergie Instituut van de TU Delft (DUWIND). "Vooral op zee worden de windmolens veel groter en dus efficiënter. Nu al is wind op land de goedkoopste energiebron, als alle verborgen subsidies voor fossiele brandstoffen zouden worden weggenomen." Ook wind op zee wordt ooit rendabel zonder subsidie, verwacht hij.

STER reclame