Van der Steur wil nog even denken over artikel beledigen bevriend staatshoofd

time icon

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

Van der Steur wil nog even denken over artikel beledigen bevriend staatshoofd

Minister van der Steur bekijkt of het artikel in het Wetboek van Strafrecht over belediging van een bevriend staatshoofd moet verdwijnen. Hij zei dat in de Tweede Kamer na een oproep van de VVD.

De kwestie is actueel door het strafrechtelijk onderzoek naar de komiek Jan Böhmermann in Duitsland. Bondskanselier Merkel maakte vorige week de weg vrij voor zo'n onderzoek naar aanleiding van een verzoek van de Turkse regering. President Erdogan vindt dat de komiek moet worden vervolgd wegens belediging.

Archaïsch

Ook in Nederland is een bepaling over belediging van een bevriend staatshoofd. VVD-Kamerlid Taverne noemde dat een "archaïsch wetsartikel", dat meer bescherming geeft aan staatshoofden dan aan anderen en dat moet worden geschrapt. Een Kamermeerderheid steunt hem

Van der Steur zei dat hij pal staat voor de vrijheid van meningsuiting, ook voor de mogelijkheid om via cabaret, satire of politieke tekeningen misstanden aan de kaak te stellen.

1976

Volgens de minister is in de Kamer voor het laatst over het artikel over belediging van een bevriend staatshoofd gepraat in 1976. Toen werd het een nuttig artikel gevonden. Van der Steur zei dat het Wetboek geen museum moet worden voor in onbruik geraakte artikelen. Aan de andere kant heeft het Openbaar Ministerie een onafhankelijke rol om te beoordelen of na een klacht over belediging vervolging wenselijk is, benadrukte Van der Steur. 

Hij gaat de komende tijd nog eens alle argumenten wegen, waarbij hij ook bekijkt hoe vaak het artikel is gebruikt. Hij hoopt daar nog deze week een brief over te sturen aan de Kamer. Van der Steur wil nog niet zover gaan als de VVD: mogelijk gaat hij het artikel schrappen, maar echt hard toezeggen dat dat gebeurt, deed hij niet. 

Wetboek van Strafrecht

Artikel 118  

1 Opzettelijke belediging van het hoofd of een lid van de regering van een bevriende staat, in de uitoefening van zijn ambt in Nederland verblijvende, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie. 

2 Met dezelfde straf wordt gestraft opzettelijke belediging van een officieel bij de Nederlandse regering toegelaten vertegenwoordiger van een bevriende staat in diens hoedanigheid. 

3 Bij veroordeling wegens een der in dit artikel omschreven misdrijven kan ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 1°-2°, vermelde rechten worden uitgesproken. 

Artikel 119 

1 Hij die een geschrift of afbeelding waarin een belediging voorkomt voor het hoofd of een lid van de regering van een bevriende staat, in de uitoefening van zijn ambt in Nederland verblijvende, verspreidt, openlijk tentoonstelt of aanslaat, dan wel de inhoud van zulk een geschrift openlijk ten gehore brengt, wordt, indien hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat in het geschrift of de afbeelding zodanige belediging voorkomt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie. 

2 Met dezelfde straf wordt gestraft hij die een geschrift of afbeelding waarin een belediging voorkomt voor een officieel bij de Nederlandse regering toegelaten vertegenwoordiger van een bevriende staat in diens hoedanigheid, verspreidt, openlijk tentoonstelt of aanslaat, of om verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen te worden in voorraad heeft, dan wel de inhoud van zulk een geschrift openlijk ten gehore brengt, indien hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat in het geschrift of de afbeelding zodanige belediging voorkomt. 

3 Indien de schuldige een van de misdrijven omschreven in dit artikel, in zijn beroep begaat en er, tijdens het plegen van het misdrijf, nog geen twee jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige wegens een van deze misdrijven onherroepelijk is geworden, kan hij van de uitoefening van dat beroep worden ontzet.

STER Reclame