Langer oranje op het kruispunt: rijden we dan écht niet meer door rood?

NOS

Het verkeerslicht springt op oranje en een acuut dilemma voor automobilisten is geboren: doorrijden of stoppen? Een halve seconde extra 'geellicht' zou volgens onderzoek de helft aan verkeersovertredingen schelen. Maar geven we door de maatregel juist niet vaker extra gas bij een dreigend rood verkeerslicht?

Verkeerspsycholoog Gerard Tertoolen denkt van wel. "Volgens de regeltjes zou oranje moeten betekenen 'nu moet ik stoppen'. Mijn gedachte is dat in de praktijk het tegendeel vaak waar is."

Wat verandert er?

De verkeerslichten op een weg waar 80 km/u wordt gereden, gaan een seconde langer op oranje (geel) staan, dat wordt vijf seconden. Bij 50 km/u is dat een halve seconde: daar duurt de zogenoemde geeltijd voortaan 3,5 seconden.

Volgens Tertoolen zorgt het halen van een verkeerslicht voor een overwinningsgevoel. Daar staat tegenover dat als je 'm níét haalt, dat teleurstelling oplevert. "Omdat we in een prestatiemaatschappij leven, zijn we tegenwoordig geneigd om bij oranje door te rijden. Ik verwacht daarom niet dat de maatregel positief uitpakt."

Hij woont zelf in Zaltbommel. Daar zijn de verkeerslichten strak afgesteld, zegt hij. "Als je daar een situatie zou creëren waarbij het doorrijden wordt bevorderd, dan is dat levensgevaarlijk. Een halve seconde kan slachtoffers maken."

Lastig verhaal

Het gedrag van mensen blijft een lastig verhaal, erkent Luc Prinsen van Goudappel Coffeng, dat het onderzoek uitvoerde. "Als er grote borden langs de weg staan met 'vandaag extra lange geeltijd', dan is niet te voorspellen wat ze doen."

Maar dat is ook niet de opzet van het onderzoek, zegt hij. "We proberen een geeltijd te maken waarbij het grootste gedeelte van de automobilisten kan stoppen en waarbij het grootste gedeelte van hen ook daadwerkelijk bereid is te stoppen. Het is kunnen én willen."

Hoe is onderzocht?

Er zijn experimenten gedaan met verschillende geeltijden bij kruispunten. Daarvan is alle data geanalyseerd, waarna een rekensom is gemaakt van de ideale remtijd. Ook zijn verkeerspsychologen en automobilisten geïnterviewd en is er op basis van videobeelden uit de auto een gedragsanalyse gedaan.

Met verkeershufters kun je überhaupt geen rekening houden, stelt Prinsen. "Die zien op 150 meter afstand het licht op oranje springen en rijden toch door."

Uit het onderzoek blijkt bovendien dat mensen zich helemaal niet bewust zijn van de lengte van de geeltijd. "Naast de standaardinstelling is ook getest met een tijd van 1 seconde langer", zegt Prinsen. "Het gedrag van mensen blijkt niet te wijzigen. Ze nemen dezelfde beslissing: remmen of toch nog even extra gas geven. Maar het aantal mensen dat daarbij door rood rijdt, neemt door de langere geeltijd tot de helft af."

Wanneer en hoe gaat het gebeuren?

In Nederland staan er ongeveer 6000 kruispunten. Prinsen verwacht niet dat alle kruispunten aangepast hoeven worden. Zo is een langere geeltijd in binnensteden niet altijd nodig, denkt hij, omdat daar vaak al langzamer wordt gereden vanwege drukte.

Er blijven in ieder geval enkele duizenden kruispunten met verkeerslichten over. Mogelijk duurt het een jaar voordat bij al die kruispunten de geeltijd is gewijzigd. De meeste verkeerslichten in Nederland zijn via een computersysteem aan te passen. Bij nieuwe kruispunten wordt de nieuwe richttijd direct al gebruikt.

De verantwoordelijkheid voor het aanpassen van de geeltijd ligt bij de gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat. De wegbeheerders moeten zelf de keuze maken bij welk kruispunt ze de geeltijd aanpassen. Volgens Prinsen is er onder wegbeheerders veel animo om het advies over te nemen.