Indiërs eisen joekel van diamant terug

AFP

De Koh-i-Noor, een van de grootste diamanten ter wereld, hoort niet bij de Britse kroonjuwelen thuis. De joekel van 105 karaat, die zo’n 140 miljoen euro waard is, moet worden teruggeven aan India. Dat vindt een groep vooraanstaande Indiërs van vooral Bollywoodsterren en zakenlieden. Ze willen een rechtszaak aanspannen tegen de Britse staat. 

De diamant is in 1851, tijdens de koloniale periode, door de laatste maharadja van Punjab cadeau gedaan aan koningin Victoria. Dat gebeurde na de annexatie van Punjab door de Britten. 

Koningin Alexandra met de Koh-i-Noor in haar kroon bij de kroning van Edward VII W. and D. Downey

Maar de zakenman David de Souza spreekt in The Independent liever van diefstal. Hij noemt de Koh-i-Noor de ziel van India. En die ziel is volgens hem door de Engelsen geroofd en vernietigd. Bollywoodster Bhumicka Singh zegt dat het niet om een willekeurige diamant gaat. De Koh-i-Noor, ofwel 'Berg van licht', maakt volgens haar deel uit van de Indiase cultuur en geschiedenis. 

Historicus Andrew Roberts deelt hun mening niet. Hij vindt de Britse kroonjuwelen juist de best mogelijke plek voor de Koh-i-Noor. Als teken van erkenning van een relatie van meer dan drie eeuwen, die de Indiërs veel goeds heeft gebracht zoals modernisering, bescherming en democratie, zegt hij. 

De advocaten in Londen die door de Indiërs in de arm zijn genomen, hebben laten weten dat ze een beroep willen doen op de Holocaust Act, die Britse nationale instanties in staat stelt om gestolen kunst terug te geven.

Nederlandse diamantslijper

Het Britse volk was trouwens niet zo onder de indruk van de steen. Hij glom niet voldoende. Daarom werd in 1852 de beroemdste Nederlandse diamantslijper, Mozes Coster, om advies gevraagd. Hij stuurde Levie Benjamin Voorzanger met een paar assistenten naar Londen. Voorzanger begon op 6 juli aan de Koh-i-Noor te slijpen; 38 dagen en 12 uur later had hij de steen van 186 karaat teruggebracht tot de huidige 105 karaat.

STER Reclame