Gerald t’Sas (midden) krijgt bij ITS in Bad Arolsen het zakboekje van zijn oom terug NOS

Een van de grootste archieven ter wereld over de Tweede Wereldoorlog is begonnen met het online zetten van zijn documenten. International Tracing Service (ITS) in het Duitse Bad Arolsen bezit dertig miljoen documenten van 17,5 miljoen slachtoffers van de nazi's. 

Tot het materiaal, dat ITS nu kosteloos op internet beschikbaar stelt, behoren onder meer foto's van 2800 persoonlijke bezittingen. Het gaat om spullen die de gevangenen werden afgenomen bij aankomst in een concentratiekamp. Van veel voorwerpen, zoals portemonnees, foto's en briefjes, is de eigenaar nooit achterhaald. ITS hoopt nu via internet alsnog de eigenaar en zijn nabestaanden te vinden.

De NOS is erin geslaagd om een voorwerp te koppelen aan een eigenaar en een nabestaande. Het gaat om een zakboekje van een jongeman. Zijn pasfoto plakte hij erin; op zijn bovenlip had hij een snorretje getekend. Het boekje bevat onder meer boekenlijsten, een notitie gemaakt bij de Sicherheitsdienst in Arnhem, adressen en de verjaardagen van familieleden.

Via de geboortedatum van zijn vader kon uiteindelijk worden vastgesteld dat het boekje van Rudy de Wijs (1923) was. Hij stierf op 7 november 1944 in het concentratiekamp Neuengamme, bij Hamburg. Hij was toen 21 jaar. De NOS vond vervolgens een nabestaande van Rudy de Wijs: zijn neef Gerald t’Sas.

Arrestatie in Arnhem

Gerald t’Sas (1949) uit Den Bosch wist dat zijn oom in het concentratiekamp was omgekomen. Rudy woonde in Ede, maar zat ondergedoken. Vermoedelijk om te ontkomen aan de Arbeitseinsatz, de gedwongen tewerkstelling in Duitsland.

In augustus 1944 werd hij op het station van Arnhem door de Sicherheitsdienst gearresteerd. Hij zou gedacht hebben dat de stad al was bevrijd. De familie van Rudy de Wijs, met name zijn moeder, is tevergeefs op zoek geweest naar informatie over hem. Zelfs een foto had men niet.

U heeft geen idee wat dit voor mij en voor mijn medewerkers betekent. Het is het bewijs dat het zin heeft waar wij mee bezig zijn.

Rebecca Boehling, directeur ITS

Voor Gerald t’Sas betekent de vondst van het notitieboekje heel veel. Hij leert zijn oom, zeventig jaar later, alsnog kennen. Het spijt hem dat de mensen die naar sporen zochten dit niet meer meemaken.

ITS is zeer ingenomen met de vondst. "Dit is precies waar het ons om is begonnen", zegt directeur Rebecca Boehling. "De eigendommen teruggeven aan de nabestaanden. U heeft geen idee wat dit voor mij en voor mijn medewerkers betekent. Het is het bewijs dat het zin heeft waar wij mee bezig zijn." 

Het archief in Bad Arolsen krijgt vanuit de hele wereld aanvragen om inlichtingen. Het zijn er iedere week honderden. "Ook van jongeren, die willen weten wat er met hun familie is gebeurd. Die vragen blijven bestaan, ook in volgende generaties."

Boehling was erbij toen het notitieboekje deze week door Christian Groh, hoofd van de Archiefdienst van ITS, werd overgedragen aan t’Sas. Ze is ontroerd door de inhoud. "Je kunt er zoveel uit halen. Wat mij het meest raakt, is dat uit een aantekening blijkt dat Rudy zich na zijn arrestatie zorgen maakt over zijn moeder. Dat hij niet in de eerste plaats aan zichzelf dacht, maar aan haar. Dat zegt iets over de mens die hij was."

ITS zet de komende tijd veel meer documenten online, zoals de persoonskaarten van concentratiekampen.

STER reclame