De millenniumdoelen: wat is er bereikt?

ANP

De meest ambitieuze poging van de wereldgemeenschap om de levens van alle mensen op aarde te verbeteren; de acht millenniumdoelen. In 2000 door 189 lidstaten van de Verenigde Naties ondertekend. De doelstellingen moesten extreme armoede, ongelijkheid, ziekte en honger bestrijden. Eind dit jaar lopen ze af en worden ze vervangen door 17 nieuwe doelstellingen. Wat is er van die millenniumdoelen terechtgekomen?

Deze browser wordt niet ondersteund voor het spelen van video. Update uw browser naar Internet Explorer 10 of hoger om video af te kunnen spelen.

Welke doelen zijn bereikt?

1. Roei extreme armoede en honger uit

De lijst millenniumdoelstellingen begint met de ambitie om extreme armoede en honger uit te roeien. Om dat voor elkaar te krijgen moet het percentage extreme armoede gehalveerd worden, moet iedereen fatsoenlijk werk krijgen en moet het aantal mensen met honger gehalveerd worden. 

Die laatste is het succesnummer van de lijst: het doel om het aantal mensen dat in armoede leeft te halveren is behaald: het aantal mensen dat moest rondkomen van 1,25 dollar per dag is gehalveerd. Vooral in China gaat het beter. In 1990 leefde nog zo'n 61 procent van de bevolking in extreme armoede. Nu is dat nog 4 procent. Maar in Afrika gaat het nog steeds slecht. 

2. Basisonderwijs voor alle kinderen

In 2015 moeten alle kinderen, jongens en meisjes, basisonderwijs kunnen volgen: het is de tweede doelstelling van de lijst.  In 1990 zat zo'n 80 procent van de kinderen in de schoolbanken. Twintig jaar later, in 2010, was het aantal opgelopen naar 90 procent. En in de vijf jaar erna is er weinig vooruitgang geboekt; toen kwam er een procent bij. Dat betekent dat nog steeds 57 miljoen kinderen over de hele wereld niet naar school gaan. 

De doelstelling om alle kinderen naar school te sturen, is niet behaald. Maar vooruitgang is wel geboekt, vooral in de landen in de sub-Sahara Afrika. Daar is het percentage basisschoolkinderen met 28 procent gestegen. Ook in Zuid-Azie gaat het goed. Daar steeg het aantal kinderen dat les krijgt van 75 procent (1990) naar 95 procent. 

3. Seksegelijkheid en mondige vrouwen

In 2015 moet er meer seksegelijkheid zijn. Op het gebied van politiek en werk. Maar ook als het gaat om onderwijs.  In 2000 zijn de verschillen nog veel te groot. Meisjes gaan bijvoorbeeld niet naar school. Hun ouders vinden het niet belangrijk. Zij willen dat hun dochters trouwen en kinderen krijgen. Andere meisjes moeten thuis meehelpen in het huishouden. 

Nu, 15 jaar later, ziet het er een stuk beter uit voor vrouwen. In het onderwijs en de politiek en op de arbeidsmarkt doen vrouwen het goed, in Zuid-Azië bijvoorbeeld. Nu gaan net zoveel meisjes als jongens naar school. Maar het verschil tussen de seksen is niet verdwenen. In de sub-Sahara zijn jongens en meisjes nog steeds niet gelijk. 

Wat betreft de arbeidsmarkt: in armere landen zijn vrouwen anno 2015 kwetsbaar.  Ze werken bijvoorbeeld in de landbouwsector en krijgen niet of nauwelijks betaald. Over het algemeen zijn er nog steeds minder werkende vrouwen dan mannen. Ze krijgen 24 procent minder betaald. In regio's als Noord-Afrika , Zuid-Azië en West- Azië zijn er weinig vrouwen met een baan. 

De Verenigde Naties geven niet op. Ook in de nieuwe werelddoelen is de doelstelling om een einde te maken aan sekseongelijkheid weer opgenomen.

4. Minder kindersterfte

Longontsteking, diarree, ondervoeding, gebrek aan schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen; het zorgde er in 1990 voor dat 90 op de 1000 kinderen voor hun vijfde verjaardag stierven. Doelstelling: het aantal met tweederde terugbrengen. Dat is niet gelukt. Dagelijks sterven 16000 kinderen. Maar het kindersterftecijfer daalde wereldwijd wel met ruim de helft. Er is dus nog zeker tien jaar nodig om de doelstelling wel te behalen. In bijna alle ontwikkelingsregio's liep het percentage met meer dan 50 procent terug. 

5. Verbeter de gezondheid van kraamvrouwen

Te veel vrouwen overlijden aan complicaties tijdens de zwangerschap, de bevalling of de kraamtijd. Ook illegale en verkeerd uitgevoerde abortussen zijn levensgevaarlijk. In 2015 moet de moedersterfte met driekwart zijn teruggebracht. Ook dat is niet gelukt. Ieder jaar overlijden nog altijd 287.000 zwangere vrouwen en moeders, vooral in ontwikkelingslanden. Dat is een afname van 47 procent. In ontwikkelingslanden komt moedersterfte nog steeds 14 keer meer voor dan in ontwikkelde landen. 

6. Bestrijd hiv en aids, malaria en andere dodelijke ziektes

Het is begin jaren 80 als de wereld wordt opgeschrikt door een nieuw virus: aids. De ziekte eist begin jaren 90 vele levens, vooral in Afrika. In 2000 besluit de VN dat de verspreiding van hiv en aids voor 2015 moet stoppen en alle mensen met hiv behandeling moeten krijgen. Het blijkt onbegonnen werk.

'Er komen nog altijd te veel nieuwe aids-gevallen bij', schrijft de VN vorig jaar in een rapport.  In totaal waren er in 2013 wereldwijd 35 miljoen mensen met hiv besmet. Een record. Er komen nog steeds aidspatiënten bij, maar ze blijven ook langer leven, waardoor het aantal geïnfecteerden hoger is. Miljoenen patiënten hebben nog steeds geen toegang tot aidsremmers.

Het aantal nieuwe besmettingen dat er tussen 2000 en 2013 bijkomt, daalt daarentegen wel: van 3.5 miljoen naar 2.1 miljoen. 

Ook malaria hoopte de VN te bestrijden. Tussen 2000 en 2012 liep het aantal doden door malaria terug met zeker 58 procent. Maar in landen als de Democratische Republiek Congo en in Nigeria is de situatie nog steeds slecht. 

7. Een goed leefmilieu 

Een pittige doelstelling. Hieronder vallen biodiversiteit, broeikasgassen, schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen. Het terugdringen van CO2 uitstoot blijft een uitdaging en zal dus ook weer terugkeren in de nieuwe doelstellingen van de VN. 

Wat betreft schoon drinkwater; die doelstelling is behaald. Zo'n 2,5 miljard mensen heeft inmiddels toegang tot schoon drinkwater. De VN wilde het aantal mensen dat geen toegang had tot schoon drinkwater halveren en dat is gelukt. 

Ook het aantal mensen met sanitaire voorzieningen stijgt, maar die stijging is onvoldoende om de doelstelling te behalen. 

8. Wereldwijde samenwerking 

Er moet wereldwijde samenwerking komen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking. Rijke landen ontwikkelingslanden kunnen helpen met het behalen van de andere millenniumdoelen. Het gaat om ontwikkeling op allerlei gebieden: internetaansluitingen en mobiele telefoons, ICT, opkomende economieën, handelsbarrières en schulden. De budgetten groeien maar de officiële ontwikkelingshulp is ver beneden de VN-doelstelling gebleven. 

STER Reclame